Het beheer en de uitbating van de nieuwe Belgica wordt toevertrouwd aan de Franse rederij Genavir

Het nieuwe oceanografische onderzoeksschip Belgica zal worden uitgebaat door Genavir, gespecialiseerd in het beheer van weten-schappelijke schepen. De reder van de Franse oceanografische vloot wordt zo ook de eerste Franse rederij die een schip onder Belgische vlag beheert.

© Freire Shipyard

Als dochteronderneming van het Institut Français de Recherche pour l’Exploitation de la Mer (IFREMER) beschikt Genavir over 45 jaren ervaring in het verlenen van diensten diensten aan wetenschappelijke en staatsinstellingen. De rederij beheert, exploiteert en onderhoudt de kust- en offshorevaartuigen van de Franse oceanografische vloot, alsook de bemande onderzeeër Nautile, ROV’s (Remotely Operated Vehicles), AUV’s (Autonomous Underwater Vehicles) en andere uitrusting die bestemd is voor wetenschappelijk onderzoek op zee.

“Dit is een primeur in Europa en een grote erkenning van onze knowhow” zegt Eric Derrien, Algemeen Directeur van Genavir. “Wij zijn er trots op dat wij uit verschillende Europese reders zijn gekozen. De Belgische regering heeft ons haar vertrouwen geschonken en wij zetten ons nu in om de Belgische wetenschappelijke gemeenschap en de toekomstige internationale gebruikers van het schip tevreden te stellen”.

Met een lengte van 71,40 m en een breedte van 16,80 m werd de Belgica op 11 februari 2020 voor het eerst te water gelaten. Het schip wordt momenteel opgeleverd door de FREIRE Shipyard in Vigo (Spanje) en de Genavir-bemanning bereidt zich voor op de overname, die begin december 2021 zou moeten plaatsvinden. Het schip zal snel naar haar thuishaven, de marinebasis van Zeebrugge, worden gebracht, waar ze naar verwachting voor eind 2021 zal aankomen. De Belgica zal het statuut van hulpschip van de Belgische marine hebben, en zal de bijbehorende vlag voeren.

© Freire Shipyard

Een combinatie van sterke expertise

De gemengde bemanning zal bestaan uit drie Belgische marineofficieren (gedetacheerd bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen), waaronder de eerste kapitein Gaëtan Motmans, naast de officieren en matrozen van Genavir. Het schip blijft uiteraard eigendom van het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO), en het KBIN is verantwoordelijk voor het budgettair beheer van het schip, de wetenschappelijke instrumenten en de programmering van de wetenschappelijke campagnes.

“De gunning van het contract voor de exploitatie van de nieuwe Belgica aan de operator Genavir is de laatste stap voordat het schip kan uitvaren richting België”, zegt Lieven Naudts, coördinator van het ‘Meetdienst en RV Belgica’ team van het KBIN. “Wij kijken er zeer naar uit om met de nieuwe Belgica de Belgische mariene wetenschappelijke activiteiten voort te zetten, nieuwe onderzoekslijnen te lanceren en zo in de voorhoede van het Europees marien wetenschappelijk onderzoek te blijven.”

Groot werkgebied, lage milieu-impact

De nieuwe BELGICA beschikt over alle nodige uitrusting om wetenschappelijke campagnes uit te voeren van de polaire tot de intertropische zone, en van ondiepe wateren tot een diepte van 5000 meter.  Haar exploratiegebied bestrijkt de Noordzee, tot ver voorbij de poolcirkel, de Atlantische Oceaan tot in West-Afrika, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Het toezicht op de toestand van het Belgische deel van de Noordzee zal uiteraard altijd een belangrijk actiepunt blijven.

Het schip is ontworpen als een ‘groen schip’, met een uiterst lage uitstoot dankzij de behandeling van de uitlaatgassen, waardoor het voldoet aan de strengste hedendaagse normen (MARPOL Tier III).

Volg de trek van Kleine Zwanen uitgerust met een GPS zender!

De Kleine Zwaan is een Arctische soort die uitsluitend broedt in de toendra van Rusland, van de kusten van de Karazee tot de Beringstraat.

Hij is gemakkelijk te onderscheiden van de Knobbelzwaan Cygnus olor die algemeen in Europa en singulier in Belgïe voorkomt, door zijn gele en zwarte bek en door het feit dat hij kleiner is.

De Kleine Zwaan is de kleinste zwanensoort van Eurazië (foto Didier Vangeluwe).

De Knobbelzwaan is typisch met oranje op de bek (foto Didier Vangeluwe).

Het verschil tussen een Kleine en een Wilde Zwaan Cygnus cygnus – de derde zwaan-soort van Eurazië – is veel minder eenvoudig aan te tonen! De Wilde Zwaan is groter en heeft ook geel op de bek, maar uitgebreider. Deze soort wordt het best herkend aan zijn zeer lange hals met krachtige kop. In vergelijking is de Kleine Zwaan delicaat en slank. Het geluid kan ook helpen bij de identificatie van de drie soorten. De Knobbelzwaan is zwijgzaam maar maakt een heel bijzonder geluid met zijn vleugels tijdens het vliegen. Zowel Kleine- als Wilde Zwaan zijn zeer vocaal. Beide roepen een “whoop whoop whoop”. Maar bij de Wilde Zwaan is dit dieper en sterker bij de tweede lettergreep, en hoger.

Het typische profiel van de Wilde Zwaan (foto Didier Vangeluwe).

De weersomstandigheden in de toendra tijdens de winter laten niet toe dat een plantenetende vogel als de Kleine Zwaan het hele jaar door in de buurt van zijn broedplaats blijft. Het is een lange afstandstrekvogel. Maar niet alle Kleine Zwanen overwinteren in hetzelfde gebied. Eigenlijk zijn er 3 verschillende zones, één gericht op de Noordzee, een andere in Zuid-Oost-China en Japan en een derde op de zuidelijke oevers van de Kaspische Zee.

Drie overwinteringszones? Echt? Nee! Sinds 1997 werd een nieuwe overwinteringszone vastgesteld in Griekenland, in de Evros Delta. Op het kruispunt van Europa, Azië en Afrika, is de Evros Delta één van het meest, zo niet het meest natuurrijke kustmoerasland van de Middellandse Zee. Het aantal Kleine Zwanen werd tijdens de maand februari 2018 op bijna 9500 individuen geschat. Een ongelooflijk zicht! En een ongewone gebeurtenis gezien het feit dat de afgelopen jaren sterk werd gewezen op achteruitgang en het uitsterven van wilde soorten.

Maar van welke broedplaatsen komen deze zwanen? Welke route nemen ze tussen het Arctisch Gebied en de Middellandse Zee? Welke factoren maken het mogelijk dat Kleine Zwanen een nieuw overwinteringsgebied hebben gekoloniseerd op minimum 2000 km van het dichtstbijzijnde bekende “historische” overwinteringsgebied? Is het nodig om maatregelen te nemen, zowel op beheers- als wettelijk vlak, om hun toekomst in Griekenland, of in andere gebieden waar de soort voorkomt, te verzekeren?

Dat is met name van belang gezien het feit dat in de tussentijd de aantallen Kleine Zwanen die overwinteren in de Noordzee met 30% gedaald zijn tussen 1995-2010. Een zeer belangrijk en verontrustend feit!

Om beter inzicht te krijgen bij deze vragen hebben ornithologen van de Severstov Instituut voor Ecologie en Evolutie (Bird Ringing Centre van Rusland), de Goose, Swan and Duck Study Group van Noord-Eurazië en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (BeBirds – Belgisch Ringcentrale) zich verenigd om samen met de beheersautoriteit van Evros Delta National Park en het Forest Research Institute van Thessaloniki het onderzoeksprogramma te starten “De Odyssee van de Kleine Zwaan – een andere route naar Griekenland “. Zij werden vervolgens vergezeld door het Onderzoekscentrum voor Eco-Milieukunde van de Chinese Academie van Wetenschappen.

Het Research Center of Eco-Environnement Sciences van de Chinese Academie van Wetenschappen is zeer actief in het bestuderen van de trek van watervogels tussen Rusland en Zuidoost-Azië

Om de connectiviteit (= relaties) tussen de verschillende broedgebieden en overwinteringsplaatsen te ontdekken en te bestuderen, rustten we tussen 2015 en 2020 80 Kleine Zwanen uit met een GPS-zender. Zevenenvijftig dieren werden in de zomer gemarkeerd in de Russische toendra, hoofdzakelijk in Yamal, en 23 in België in de winter.

De geografische toepassing voor het visualiseren van de bewegingen van de Kleine Zwanen die uitgerust zijn met een GPS/GSM-zender in het kader van het behoudsprogramma ontwikkeld door het KBIN en het Severtsov Instituut van Moskou (Russische Academie van Wetenschappen) en waarbij het Onderzoekscentrum voor Eco-Milieuwetenschappen van de Chinese Academie van Wetenschappen is toegetreden, is opnieuw operationeel.

U kunt hier de trekroutes ontdekken van 23 Kleine Zwanen die de afgelopen 3 winters in België werden gemarkeerd.

De gegevens worden wekelijks bijgewerkt. Van half mei tot half september zal er echter geen update zijn omdat de zwanen broeden – of overzomeren – in de Russische toendra en zich dus buiten het bereik van een GSM-netwerk bevinden. De GPS-locatiegegevens worden echter in de zender opgeslagen, zodat ze kunnen worden uitgezonden zodra de zwaan zich weer in een gebied bevindt dat door een GSM-netwerk wordt gedekt.

Klik op de zin “Volg de migratie van vogels uitgerust met een GPS-zender…” die boven deze tekst staat. U krijgt dan een interactieve kaart te zien. Op de bovenste regel staat de datum van de laatste update. Door op het icoon “informatie” te klikken vindt u een beschrijving van het programma en de lijst van partners. Door te klikken op het “lagen “-icoon en vervolgens op het driehoekje op de hoogte van de regel “The Odyssey of the Bewick’s Swan“, kunt u de kenmerken van elke zwaan bekijken die aan de hand van de unieke code van zijn zenderhalsband worden opgespoord. Door op het “filter” icoon te klikken, kunt u de visualisatie van de route van een bepaalde zwaan opvragen. Om dit te doen, voert u gewoon de code van de zenderhalsband in het vakje “neckband” in en klikt u vervolgens op “sluiten” rechts bovenaan de pagina. Het “time manager” icoon laat u toe een tijdsperiode te selecteren terwijl u een bepaalde zwaan selecteert.

Dit werk van prospectie, observatie, markering, beheer, gegevensanalyse en -presentatie, en website-organisatie, is natuurlijk een echt teamwerk! Dank u allen, van Salekhard tot Bellem, van Tielt tot Moskou, van Peking tot Oud-Turnhout en Merksplas, van Damme tot Surgut, van Alexandroúpolis tot Veurne, van Ottignies tot Thessaloniki!

Veel succes met jullie ontdekkingen!

 

Onze voormalige Belgica heet nu Borys Aleksandrov

De onderzoeksschepen Belgica en James Clark Ross, die respectievelijk door België en Groot-Brittannië aan Oekraïne zijn overgedragen, hebben op vrijdag 29 oktober 2021 nieuwe namen gekregen. Dat gebeurde tijdens een ceremonie in hun nieuwe Oekraïense thuishaven Odessa. De schepen bevaren voortaan de zee onder de namen ‘Borys Aleksandrov’ en ‘Noosphere’.

Foto: Viktor Komorin/EU4EMBLAS

De hernoemingsceremonie werd gehouden in de zeehaven van Odessa, in aanwezigheid van president Volodymyr Zelenskyy. De ceremonie was gekaderd in een presidentieel werkbezoek aan de stad. Voor België werden de honneurs onder meer waargenomen door Mr. Patrick Roose, Directeur van de Operationele Directie Natuurlijk Milieu van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Van haar eerste vaart in 1984 tot de laatste wetenschappelijke campagne in maart 2021 was het KBIN verantwoordelijk voor het budgettair beheer, de wetenschappelijke instrumentatie en de planning van de wetenschappelijke campagnes van de RV A962 Belgica. Het Federaal Wetenschapsbeleid was de trotse eigenaar van het schip, en de Belgische Marine voorzag in de bemanning, de operationele ondersteuning en een aanlegplaats in de thuishaven in Zeebrugge.

Na de overdracht aan de Oekraïense autoriteiten op 13 september 2021, een korte trainingsperiode van de nieuwe bemanning en een succesvolle transit naar Odessa (tijdens dewelke meteen een ingewikkeld wetenschappelijk programma werd uitgevoerd), vormt het schip vandaag – samen met haar voormalige Britse collega – de start van een nieuwe Oekraïense wetenschappelijke vloot. Het land kon voorheen niet over een dergelijke vloot beschikken. De overdracht aan Oekraïne werd mogelijk gemaakt door een gezamenlijk EU/UNDP-project, “European Union for Improving Environmental Monitoring of the Black Sea (EU4EMBLAS)”.

Borys Aleksandrov

Het was president Zelenskyy zelf die de nieuwe namen van de onderzoeksschepen bekend maakte. De Belgica werd hernoemd ter ere van de beroemde Oekraïense mariene bioloog Borys Aleksandrov, Doctor en Professor in de Biologische Wetenschappen en tevens voormalig directeur van het Instituut voor Mariene Biologie van de Nationale Academie van Wetenschappen. Twee jaar geleden, op 4 december 2019, kwam hij in Odessa op tragische wijze om het leven bij een verschrikkelijke brand in de Troitskaya-straat 25.

Na de hernoemingsceremonie vond een rondetafelgesprek plaats over de Belgisch-Oekraïense mariene samenwerking, blauwe economie, en de verdere ontwikkeling van mariene monitoring, op initiatief van het Ministerie van Milieubescherming en Natuurlijke Rijkdommen van Oekraïne.

Foto: Dumskaya

Noosphere

De Britse ijsbreker James Clark Ross werd hernoemd tot ‘Noosphere’. Dit schip zal marien onderzoek nabij het Oekraïense zuidpoolstation Akademik Vernadsky weer voor Oekraïense wetenschappers mogelijk maken. President Zelenskyy trad tijdens de ceremonie rechtstreeks in contact met wetenschappers die momenteel in dit poolstation werken.

De noo-sfeer wordt verondersteld een nieuw, hoger stadium in de evolutie van de biosfeer te zijn, dat samenhangt met de ontwikkeling van de maatschappij, die een diepgaande invloed heeft op de natuurlijke processen. Wat er ook van moge zijn, de ontwikkeling van de noosphere-doctrine wordt vooral in verband gebracht met de naam van Vladimir Vernadsky, de eerste voorzitter van de Oekraïense Academie van Wetenschappen.

Lees ook: https://www.ua.undp.org/content/ukraine/en/home/presscenter/pressreleases/2021/ukraine-renames-vessel-for-black-sea-environmental-monitoring.html

European Marine Board Future Science Brief “Addressing underwater noise in Europe”

Op woensdag 20 oktober 2021 heeft de European Marine Board (EMB) zijn Future Science Brief № 7 Addressing underwater noise in Europe: Current state of knowledge and future priorities gelanceerd. De publicatie richt zich op de bronnen van antropogene geluiden en de effecten van geluid op mariene organismen, identificeert hiaten in het onderzoek en beveelt prioritaire acties aan voor de ontwikkeling van evenredige mitigatie-strategieën en doeltreffende regelgeving voor onderwatergeluid.

De publicatie kan worden gedownload van de EMB-website en is een officiële uitgave van de European Marine Board, een strategisch pan-Europees forum van 35 organisaties, waaronder belangrijke instituten voor marien onderzoek, financieringsinstanties en universitaire consortia. De publicatie is ontwikkeld door de EMB-werkgroep voor onderwatergeluid.

Over de Future Science Brief

De oceaan herbergt een kakofonie van geluiden afkomstig van zowel natuurlijke als antropogene bronnen. Mariene organismen zijn sterk afhankelijk van geluid om te communiceren en de wereld om hen heen te begrijpen, en worden daarom mogelijk beïnvloed door antropogeen geluid. Bij de ontwikkeling van onze blauwe economie en bij het vergroten van onze kennis van mariene milieus en ecosystemen is antropogeen geluid echter (soms) onvermijdelijk. Inzicht in de potentiële effecten van antropogeen geluid is daarom onontbeerlijk om dit conflict aan te pakken, aangezien het nodig is om evenredige mitigatiestrategieën en doeltreffende regelgeving te ontwikkelen.

In deze publicatie wordt niet alleen een overzicht gegeven van onze huidige kennis over onderwaterlawaai, maar worden ook de prioritaire gebieden aangegeven voor verder onderzoek om de leemten in de kennis over de effecten van antropogeen geluid op te vullen. Voorts wordt gewezen op de relevante acties die moeten worden ondernomen om een op ecosystemen gebaseerde en op het voorzorgsbeginsel gebaseerde wetgeving te waarborgen.

Download: Addressing underwater noise in Europe: Current state of knowledge and future priorities

 

De Belgische federale staat wordt in de EMB vertegenwoordigd door het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO) en in het EMB-communicatiepanel door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Nourishing Blue Economy and Sharing Ocean Knowledge – Beleidsnota met aanbevelingen voor duurzame oceaanobservatie en -beheer

Tien innovatieve Europese projecten om systemen voor oceaanobservatie op te zetten, die input leveren voor een empirisch onderbouwd beheer van de oceanen en de blauwe economie, hebben hun krachten gebundeld in de sterke cluster “Nourishing Blue Economy and Sharing Ocean Knowledge”. Onder leiding van het EuroSea-project, waar het KBIN deel van uitmaakt, heeft de groep een gezamenlijke beleidsnota gepubliceerd met aanbevelingen voor duurzame oceaanobservatie en -beheer. De samenwerking wordt ondersteund door de EU Horizon Results Booster en stelt de groep in staat een grotere maatschappelijke impact te bereiken. Vandaag, 15 oktober 2021, wordt de beleidsnota aan de EU gepresenteerd.

De oceaan bedekt 70% van het aardoppervlak en levert tal van ecosysteemdiensten die voor de mens onontbeerlijk zijn of die de kwaliteit van ons leven verbeteren. Denk aan de rol van de oceaan bij de regulering van het klimaat en het leveren van de lucht die we inademen en het zoete water dat we drinken, maar ook aan vis, schaal- en schelpdieren, exploiteerbare anorganische hulpbronnen (zoals zand en mineralen), hernieuwbare energie, scheepvaart, toerisme, enz.

Naar schatting kan de omvang van de blauwe economie tegen 2030 verdubbelen, maar de algemene gevolgen van de intensivering van menselijke activiteiten voor mariene ecosystemen en hun diensten (zoals de opwarming van de oceaan, verzuring, zuurstofgebrek, stijging van de zeespiegel, veranderende verspreiding en abundantie van vis, enz.) zijn nog steeds slecht in kaart gebracht. Bovendien zijn de mariene gegevens gefragmenteerd, niet altijd onderling vergelijkbaar, vertonen zij lacunes en zijn zij moeilijk toegankelijk. Dit beperkt ons vermogen om de oceanen en hun hulpbronnen duurzaam te beheren.

De krachten bundelen in Europa

Bijgevolg is er behoefte aan de ontwikkeling van een kader voor een grondiger inzicht in mariene ecosystemen, dat betrouwbare, tijdige en doelgerichte oceaanwaarnemingen koppelt aan het ontwerp en de uitvoering van een empirisch onderbouwd beheer.

Om bij te dragen tot de toekomstige totstandbrenging van een dergelijk kader hebben tien innovatieve EU-projecten die gebruikersgerichte, interdisciplinaire, responsieve en duurzame oceaaninformatiesystemen op bouwen en de duurzaamheid van de blauwe economie vergroten, hun krachten gebundeld in een sterke cluster om de belangrijkste mondiale mariene uitdagingen beter aan te pakken. Onder leiding van het project EuroSea heeft de groep haar gemeenschappelijke bezorgdheden omgezet in aanbevelingen en deze opgenomen in de gezamenlijke beleidsnota “Nourishing Blue Economy and Sharing Ocean Knowledge. Ocean Information for Sustainable Development” (Voeden van de Blauwe Economie en delen van kennis van de oceaan. Oceaaninformatie voor een duurzaam beheer).

Door met één stem te spreken, streven de 10 projecten samen naar de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU Green Deal, de Paris Agreement (Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering) en de Decade of Ocean Science for Sustainable Ocean Development 2021-2030 van de Verenigde Naties (Decade of Ocean Science for Sustainable Development).

Toste Tanhua, EuroSea-coördinator, GEOMAR: “Het was geweldig om met de andere innovatieve projecten samen te werken en gezamenlijke aanbevelingen te formuleren op basis van verschillende perspectieven en expertise. Samen willen we de waarde van onze wetenschappelijke en innovatieve activiteiten concretiseren, zodat ze een grote maatschappelijke impact kunnen hebben”.

De volledige beleidsnota kan hier worden gedownload, de aanbevelingen zijn hieronder samengevat.

Aanbevelingen

  1. Een Europees beleidskader creëren voor financiering van wetenschappelijke oceaanobservaties op lange termijn

Zowel voortgezette waarnemingen als een beter biologisch inzicht zijn nodig om het volledige scala van oceaanvariabiliteit in kaart te brengen en de oceanografische veranderingen, de ecologische implicaties daarvan en de mogelijke gevolgen voor de mensheid te beoordelen. De mechanismen voor waarnemingen en gegevensverstrekking moeten worden gezien als onderzoeksinfrastructuur, waarvoor duurzame en toereikende financiering nodig is. Idealiter zou het resultaat een kaderrichtlijn inzake oceaanobservaties zijn, die zou zorgen voor duurzame ondersteuning en betere coördinatie van de inspanningen op het gebied van oceaanobservatie en -informatie in heel Europa.

  1. De professionalisering van de volgende generatie van “blauw personeel” ondersteunen

De groeiende Blauwe Economie zal meer hooggekwalificeerde en geschoolde werknemers nodig hebben, waarbij de Blauwe Digitale Transformatie ook nieuwe vaardigheden en competenties vereist. Gerichte opleidingsprogramma’s voor onderzoekers moeten worden ondersteund. De volgende generatie “blauw personeel” moet ook worden verrijkt door inspanningen om de deelname te vergroten van minder uitgeruste landen, meer vrouwen aan te trekken, jongeren aan te moedigen, goede wetenschappelijke praktijken te verspreiden, de uitwisseling van personeel te vergemakkelijken en nieuwe gebruikers aan te trekken. Dit zal de inzetbaarheid in zowel de academische als de industriële mariene sector vergroten.

  1. Gegevens omzetten in kennis door te investeren in IT-waarnemingen

De combinatie van verschillende technologieën, die verschillende soorten gegevens verzamelen, zal het mogelijk maken leemten in de kennis van en het inzicht in de dynamiek van de blauwe sector op het gebied van ecologie, biodiversiteit, gevoeligheid voor klimaatverandering en het potentieel voor duurzame exploitatie van de rijkdommen van de oceanen op te vullen. Daarom is het van cruciaal belang opkomende technologieën te ontwikkelen die de oceaan grondiger bestuderen en analyseren, zoals de integratie van modulaire mariene goedkope sensoren in bestaande aardobservatiesystemen, de bevordering van het Internet of Things, de toepassing van kunstmatige intelligentie en machinaal leren, en de bevordering van European High Performance Computing met de nadruk op gegevensopslag in de cloud.

  1. Wereldwijde normen en praktijken voor samenwerking vastleggen

De oceanografische gemeenschap werkt reeds aan de standaardisering van gevevens en samenwerkingspraktijken (interoperabiliteit), maar er is behoefte aan een meer geformaliseerd kader. Dit zal de kwaliteitsniveaus van de gegevens verhogen en zorgen voor een efficiënter en duurzamer gebruik van oceaangegevens en -informatie. Er is behoefte aan een systemische benadering van interoperabiliteit en een gemeenschappelijk (disciplineoverschrijdend) metadatabeleid. Het zou niet mogen uitmaken waar je je gegevens indient opdat ze wereldwijd kunnen worden bekomen en de impact ervan kan worden vergroot.

  1. Versterking van burgerwetenschap

Burgerparticipatie in de besluitvorming moet worden beschouwd als een manier om het beleidsproces transparanter en toegankelijker te maken. Door burgerwetenschapsinitiatieven actief te ondersteunen, bevorderen beleidsmakers de wetenschappelijke vorming en doen zij een beroep op de natuurlijke bereidheid van de burger om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Uiteindelijk wordt de oceaanobservatiewetenschap democratischer en ontstaat er een nieuw soort zelfgestuurd, duurzaam en kostenefficiënt concept voor oceaanobservatie. Er moeten ook mechanismen worden opgezet om feedback te geven aan de burgers. Burgers moeten ook kunnen beschikken over gebruiksvriendelijke systemen om gegevens te verzamelen en te uploaden/downloaden.

De beleidsnota “Nourishing Blue Economy and Sharing Ocean Knowledge. Ocean Information for Sustainable Development” wordt vandaag voorgesteld aan EU-vertegenwoordigers tijdens de EuroSea-beleidsfeedbackvergadering van 15 oktober 2021.

Extra informatie

KBIN en oceaanobservatie

De Operationele Directie Natuurlijk Milieu (OD Natuur) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen heeft een lange traditie met betrekking tot oceaanobservaties, en vult deze rol in op vier niveaus: 1) het coördineren en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor de Noordzee, 2) de studie van de biotische en abiotische componenten van zeeën en oceanen, en van de interacties tussen de componenten, 3) het beheer en de verbetering van databanken en wetenschappelijke instrumenten (met inbegrip van het onderzoeksschip RV Belgica, het luchttoezichtvliegtuig OO-MMM en satelliettoepassingen), en 4) het adviseren aan nationale en international beleidsmakers en het vertegenwoordigen van de federale Staat België in internationale beleidsorganen.

Vooral de expertise van de onderzoeksgroep ECODAM (ECOsystem Data Analysis and Modelling; onderdeel van KBIN/OD Natuur) sluit nauw aan bij de missie van het project EuroSea, en verantwoordt de KBIN-deelname aan dit project. ECODAM groepeert een 25-tal hoogopgeleide wetenschappers met een multidisciplinaire achtergrond, en voert wetenschappelijk onderzoek uit in aquatische ecosystemen om ons begrip over zeeën en oceanen te verbeteren, en om deze op basis van wetenschappelijke kennis beter te beheren. De relevante expertise omvat onder meer fysische oceanografie en hydrodynamische modellen (voor getijden, stormen, golven, olievervuiling, nutriënten, fytoplankton, verspreiding van biologische organismen enz.), aquatische optica en teledetectie via satellieten, het ondersteunen van toepassingen en ontwikkelingen van mathematische modellen op nationaal en internationaal niveau, en het ondersteunen van federale, regionale en Europese administraties en activiteiten uit de privésector.

Financiering

De 10 deelnemende projecten hebben financiering ontvangen van het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020 (H2020) van de Europese Unie in het kader van de volgende subsidieovereenkomsten: EuroSea 862626; AtlantECO 862923; Blue-Cloud 862409; EU-Atlas 678760; Eurofleets+ 824077; iAtlantic 818123; JericoS3 871153; Mission Atlantic 862428; Nautilos 101000825; ODYSSEA 727277.

Naast EuroSea is het KBIN ook partner in de projecten Eurofleets+ en JericoS3.

De beleidsnota “ Nourishing Blue Economy and Sharing Ocean Knowledge. Ocean Information for Sustainable Development ” kwam tot stand met de steun van de dienst Trust-IT Services van de Horizon Results Booster, gefinancierd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie, Eenheid J5, Gemeenschappelijke dienst voor Horizon 2020-informatie en -gegevens.

Zeezoogdieren in België in 2020

In een nieuw rapport vat het KBIN de resultaten van de monitoring en het onderzoek naar zeezoogdieren in België in 2020 samen. Er spoelden relatief weinig bruinvissen aan, terwijl zeehonden nog steeds vastere voet aan de grond kregen. Een dwergvinvis, twee gewone spitssnuitdolfijnen en een lederschildpad mogen tot de ongewone gasten worden gerekend.

Naar jaarlijkse gewoonte heeft het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) een jaarrapport uitgebracht over de strandingen en waarnemingen van zeezoogdieren en andere beschermde mariene soorten in België. De resultaten van het onderzoek en de monitoring in 2020 worden erin samengevat.

De gewone spitssnuitdolfijn van Nieuwpoort en Wenduine bij aankomst op de faculteit Diergeneeskunde te Merelbeke, 8 augustus 2020. © KBIN/J. Haelters

Gebruikelijke gasten

In 2020 spoelden 65 bruinvissen aan, een relatief laag aantal in vergelijking met de meeste recente jaren. Sinds 2005 waren het er slechts vier keer minder, en in sommige jaren ging het zelfs om meer dan 100 aangespoelde exemplaren. Enkele levende bruinvissen zijn kort na de stranding gestorven. De belangrijkste doodsoorzaak van de dieren die werden onderzocht was predatie door de grijze zeehond, een fenomeen dat pas in 2012 voor het eerst werd beschreven.

43 zeehonden spoelden dood of stervend aan. Dat waren er ongeveer evenveel als in de vorige twee jaren, maar beduidend meer dan in de jaren voordien. Incidentele vangst was de belangrijkste doodsoorzaak van de gestrande zeehonden. Sealife heeft 16 zeehonden in nood opgevangen.

gDe oude, bekende Grijze zeehond ‘Oscar’ op het strand van Nieuwpoort, 9 september 2020. © Luc David

Naast de gekende rustplekken in in de Ijzermonding en de jachthaven van Nieuwpoort, zag 2020 het ontstaan van een nieuwe uithaalplaats voor zeehonden in Oostende. Eerst wilden lokale politici van het Oostendse Klein Strand “geen zoo maken”, maar snel vormden de dieren er een toeristische attractie, onder het waakzame oog van vrijwilligers van het North Seal Team.

Opmerkelijke soorten

De meest opmerkelijke strandingen waren die van een dwergvinvis en van twee gewone spitssnuitdolfijnen. De zeer jonge dwergvinvis was reeds erg verzwakt voor hij breuken aan de onderkaken opliep, stierf en aanspoelde. Het ging slechts om de achtste gedocumenteerde dwergvinvis in België in de laatste 20 jaren. Bij de eerdere gevallen ging het om drie kadavers en vier waarnemingen van levende exemplaren. Spitssnuitdolfijnen komen in de Noordzee niet voor, en worden er slechts heel uitzonderlijk gezien. De strandingen in 2020 waren slechts de zesde en zevende bekende gevallen in België. Mogelijk liggen militaire oefeningen in de Atlantische Oceaan aan de basis van de strandingen van deze soort bij ons en in onze buurlanden.

De onfortuinlijke dwergvinvis van Bredene, 11 december 2021. © KBIN/J. Haelters

De meest spectaculaire vangst in 2020 was die van een lederschildpad: de bemanning van een kustvissersvaartuig kon het dier ongedeerd terug in zee zetten.

Het zeezoogdierenrapport 2020 kwam tot stand als gevolg van de samenwerking van het KBIN met SEALIFE Blankenberge, universiteiten en een veelheid aan wetenschappelijke instellingen, overheidsdiensten, niet-gouvernementele organisaties en vrijwilligers.

De vangst van een zieke zeehond (D2904) op een slipway te Nieuwpoort door een vrijwilliger in samenwerking met de lokale brandweer, 20 januari 2020. © Jean-Marc Rys

Super CEPCO missie boven het Skagerrak

Het Belgische toezichtvliegtuig OO-MMM heeft met succes deelgenomen aan de Coordinated Extended Pollution Control Operation (Super CEPCO) die deze week door Noorwegen, Zweden en Denemarken werd georganiseerd. Tijdens dergelijke operaties bundelen vliegtuigen die vervuiling opsporen van verschillende Noordzeelanden hun krachten en vliegen ze gedurende meerdere dagen over een belangrijk maritiem risicogebied. Deze keer opereerden de vliegtuigen vanuit Oslo en richtten zij zich op het Skagerrak.

Super CEPCO is een meerjarige regionale operatie die wordt georganiseerd in het kader van het Akkoord van Bonn, het mechanisme van de Noordzeelanden om toezicht uit te oefenen als hulpmiddel bij het opsporen en bestrijden van verontreiniging van de zee. Het hoofddoel is een voortdurende controle uit te oefenen op scheepslozingen van olie of andere schadelijke stoffen, die aan het zeeoppervlak kunnen worden opgespoord. Ook wordt het gebruik van satellieten voor de controle en bewaking van verontreiniging van de zee geëvalueerd en wordt de kans om overtreders op heterdaad te betrappen gemaximaliseerd.

Het Belgische programma voor luchttoezicht op de Noordzee werd in 1990 opgestart door de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM), dat nu deel uitmaakt van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. De wetenschappers rustten een voormalig militair Britten-Norman Islander-vliegtuig uit voor wetenschappelijke opdrachten, en de Belgische Defensie levert de piloten. Een efficiënte samenwerking tussen Wetenschapsbeleid en Defensie!

De instrumenten voor milieumonitoring worden permanent geactualiseerd, zodat België in de voorhoede blijft van de strijd tegen de verontreiniging van de zee. Door deel te nemen aan internationale missies neemt ons land niet alleen zijn verantwoordelijkheid op in het kader van de nationale kustwacht, maar ook in relatie tot de ruimere Noordzee. Iets om trots op te zijn!

Beelden: KBIN/BMM

Studiedag zandwinning “ZEEZAND IN EEN 360°-PERSPECTIEF” – 19.11.2021

De dienst Continentaal Plat van de FOD Economie organiseert dit jaar opnieuw een studiedag over de zandwinning in het Belgische deel van de Noordzee. We verwelkomen jullie graag op vrijdag 19 november 2021 op onze studiedag “Een 360°-perspectief op zeezand” in het Zwin Natuur Park te Knokke-Heist.

De resultaten van de monitoring en enkele innovaties komen aan bod, alsook het nieuw referentieniveau voor zandwinning en de impact van het Marien Ruimtelijk Plan 2020-2026. In de namiddag worden recyclage van zeezand en mogelijke alternatieven onder de loep genomen. Afsluiten doen we met de toepassingen van zeezand in de industrie en in het kader van kustveiligheid.

Het programma is beschikbaar (in Engels, Nederlands en Frans). Op de sprekerslijst onder meer onze collega’s Vera Van Lancker en Dries Van den Eynde.

Praktische informatie

Hoe inschrijven?
Voor 23 oktober 2021
Kostprijs deelname?
150 euro
Taal
De presentaties verlopen in het Nederlands en Engels.
De powerpointpresentaties, de posters en de artikelbundel zijn in het Engels.
Voor bijkomende informatie kan u steeds contact opnemen met mevrouw Helga Vandenreyken per mail.

Plasticvervuiling in Belgische Noordzee: geen alarmerende hoeveelheden microplastics in vis en schaaldieren, kunststofvezels alomtegenwoordig en hotspot nabij Zeebrugge

Ruim drie kwart van alle afval in de Belgische Noordzee bestaat uit macroplastics (grotere partikels plastic afval), en dat is vooral in de kuststrook een belangrijke bron van vervuiling. Kunststofvezels, grotendeels afkomstig van ‘spekking’  uit de sleepnetvisserij, zijn echter overal te vinden, ook verder uit de kust. Ook de kleinere plastic bolletjes of microplastics van >50 µm (één twintigste van een mm) blijken veel vaker op te duiken langs de kuststrook en in havens dan verder op zee. Dat blijkt allemaal uit een eerste systematische monitoringsstudie in de Belgische Noordzee. Via het onderzoeksproject MarinePlastics beschikt de wetenschap nu over de nodige input om een macro- en microplastics monitoringsplan op te zetten voor het Belgisch deel van de Noordzee, een Europese verplichting.

Op de visgronden waar Belgische vissers actief zijn, hebben de onderzoekers ook commerciële vissoorten en schaaldieren onderzocht op microplastics. Daar zijn de aantallen erg laag tot afwezig. Zo duiken er slechts in 5 van de 42 onderzochte visfilets een paar microplastic deeltjes op: 2 à 6 deeltjes per 100 g visfilet. Op basis van deze studie noemen de onderzoekers de vis en schaaldieren van Belgische visserij op dit moment alvast een veilige voedingsbron wat betreft microplasticvervuiling.

In de vangst van Belgische vissers vindt men naast mariene organismen (vissen, schaaldieren etc.) ook allerhande plastics terug. © ILVO

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) hebben binnen het twee jaar durende onderzoeksproject MarinePlastics in kaart gebracht hoeveel en welke types plastic voorkomen op de Belgische visgronden. Het gaat zowel om grotere stukken afval (macroplastics groter dan 5 mm) als minuscule plasticdeeltjes (microplastics kleiner dan 5 mm). Dat onderzoek was niet vrijblijvend, maar een verplichting vanuit Europa, dat al sinds 2012 vraagt dat elke lidstaat cijfers verzamelt rond macroplastics op de zeebodem. Vanaf 2020 dient er ook data verzameld te worden rond microplastics in het sediment en in het water. Het project MarinePlastics onderzocht daarnaast ook in welke mate er microplastics aanwezig zijn in de commerciële vissoorten en schaaldieren uit onze visserijgebieden (Noordzee, Kanaal, Keltische Zee, Ierse Zee). De onderzoekers maakten het onderscheid tussen de plastic deeltjes in de vissenmaag (die mensen niet mee consumeren) en de visfilet (die we wel opeten).

Veilige Belgische vis

Uit dat onderzoek komen alvast geruststellende resultaten: er werd vastgesteld dat microplastics >50 µm (dit is een twintigste van een mm; vervuiling met nanoplastics, nog kleinere deeltjes dus, werd in dit project niet onderzocht) zich niet ophopen in commerciële vissen en schaaldieren die werden bemonsterd in visserijgebieden waar Belgische vissers actief zijn. In bijna alle vis- en schaaldierenmonsters (zowel eetbare als niet-eetbare delen) waren de aantallen microplastics zo laag dat de concentratie niet precies bepaald kon worden. In slechts 5 van de 42 visfilets werden 2-6 microplastic deeltjes per 100 g visfilet gevonden, wat niet alarmerend is. Het publiek mag dus worden geïnformeerd dat vis en schaaldieren van de Belgische visserij momenteel veilige producten zijn qua microplasticvervuiling.

Kunststofvezels in water uit de haven van Zeebrugge, gefilterd over een zeef van 100 μm (gefotografeerd door de microscoop). © KBIN/C. De Schrijver

Meer microplastics nabij havens en de kust

Nochtans zijn de concentraties microplastics in de zeebodem en in zeewater soms vrij hoog, zij het variabel. In deze studie was de concentratie microplastics in kustsedimenten (bij Zeebrugge) ongeveer negen keer hoger dan verder van de kust. In zeewater was het verschil nog spectaculairder: water uit de haven van Zeebrugge en nabij de kust bevatte respectievelijk 48 en 10 keer meer microplastics vergeleken met meer zeewaarts gelegen locaties. Momenteel bestaat er geen monitoringprogramma dat de evolutie van dit type vervuiling in België volgt. Om te voldoen aan de Europese verplichtingen moet dus een nationaal monitoringprogramma voor microplastics worden opgezet. De onderzoekers raden hiervoor ook aan om het transport van microplastics in het mariene milieu, mogelijke hotspots en het verband met de verspreiding van macroafval verder te (laten) onderzoeken.

Karien De Cauwer, onderzoeker KBIN: “Door deze studie hebben we een goed beeld van de mate van vervuiling met microplastics nabij de kust en verder zeewaarts. Op basis van een goede opsporingsmethodologie kan de evolutie opgevolgd worden volgens Europese normen. Dit zal toelaten om te evalueren of genomen maatregelen en acties effectief werken. Met meer kennis over locaties waar microplastics zich zouden kunnen opstapelen, kan er nog gerichter gemeten worden.”

Plastic vezels uit de visserij

Grote stukken afval – macroplastics – maken in aantallen 77 tot 88% uit van alle afval in zee. Daarbij is er één item dat blijkbaar overal te vinden is: kunststofvezels. De zeer lichte monofilamenten van ‘spekking’ – de mat van losse draden die de buik van een sleepnet moeten beschermen tegen schade – zijn het belangrijkste plastic item dat gelijkmatig over ons deel van de Noordzee wordt verspreid, ook verder uit de kust. Zwaardere plastics (zoals kratten, flessen en containers) vind je vooral in de buurt van de kust. Belangrijk detail: in het Nederlandse deel van de Noordzee is er meer vervuiling door plastic vezels dan in het Belgische deel. De onderzoekers vragen aan beleid en sector om het vinden en implementeren van een goed biologisch afbreekbaar alternatief voor spekking bovenaan de prioriteitenlijst te zetten. Vanzelfsprekend gaat het dan niet enkel over de Belgische visserijsector, maar dient er initiatief te worden genomen op de schaal van de volledige Noordzee of zelfs heel Europa.

‘Spekking’, de mat van losse draden die de buik van een sleepnet moeten beschermen tegen schade, is een belangrijke bron van kunststofvezels in het Belgisch deel van de Noordzee. © ILVO

Verspreidingsroutes van zwerfvuil?

Er mag dan wel een verband zijn tussen plastic vervuiling en visserij, een eenduidig oorzakelijk verband met visserij-intensiteit is er niet. Met andere woorden: het is niet zo dat het meeste afval wordt gevonden op plaatsen waar het meest intensief wordt gevist. Evenmin werd een direct verband gevonden met zandwinning of offshore windparken. Op één baggerstortplaats, nabij de haven van Zeebrugge, werd een hotspot van afval geïdentificeerd. Het blijft echter onduidelijk of dit het gevolg is van het storten zelf, of van stroming of andere drijvende krachten. Er is dus een gedetailleerd onderzoek nodig naar de hotspots van zwerfvuil op zee, waarbij de impact van verschillende bronnen wordt onderzocht en de transportprocessen van zwerfvuil worden gemodelleerd.

Bavo De Witte, onderzoeker ILVO: “In onze woelige Noordzee is het niet verwonderlijk dat stromingen een sterke invloed kunnen uitoefenen op plastic vervuiling. Via modellering moet het mogelijk zijn om nog meer te weten te komen over de herkomst van verschillende afvaltypes.”

 De volledige rapporten zijn te downloaden via:

Microplastics in seafood from Belgian fisheries areas – ILVO Vlaanderen

Distribution and sources of macrolitter on the seafloor of Belgian fisheries areas – ILVO Vlaanderen

Marine Plastics project synthesis and recommendations – ILVO Vlaanderen & KBIN

Het onderzoeksproject MarinePlastics werd gefinancierd door het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) en het Financierings-instrument voor de Vlaamse Visserij (FIVA).

België kandidaat voor de Raad van de Internationale Maritieme Organisatie

België stelt zich kandidaat voor herverkiezing in de Raad van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in categorie C. Deze organisatie van de Verenigde Naties zet zich in voor veilige en duurzame internationale scheepvaart. Ons land is sinds 1951 lid van de IMO en is er trots op dat het sindsdien samen met andere landen heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de maritieme industrie.

Ter ondersteuning van onze kandidatuur voor de Raad van de IMO-verkiezingen van 2021, heeft het DG Scheepvaart het genoegen een video te delen die maritiem België voorstelt en de kernpunten van ons motto onderstreept: “Be sustainable, be safe, be together, be Belgium”.

Onder meer wetenschappelijk onderzoek, monitoring van het mariene milieu en het opvolgen van de naleving van de internationale regels inzake luchtvervuiling door schepen komen in de promotievideo aan bod. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) verleende daartoe medewerking aan de video, en leverde beelden aan. Onder meer de steun van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM), en in het bijzonder van het luchttoezichtteam van de BMM, maar ook van wetenschappelijke duikers en diverse andere KBIN-teams was hierbij onontbeerlijk.

BEKIJK DE VIDEO

België focust in haar kandidatuur onder meer op:

  • bevordering van inclusief bestuur
  • ervaring met een steeds complexer wordende maritieme ruimte en een verscheidenheid aan actoren
  • innovatie voor een duurzame maritieme sector
  • uitvoering van IMO-regelgeving en beschermen van zeevarenden
  • versterking van de scheepvaartcluster

Vincent Van Quickenborne, vice-eersteminister en minister van Noordzee: “Scheepvaart is van groot belang voor onze economie. Tegelijk zetten we sterk in op de bescherming van de zeeën en oceanen. Zo neemt ons land op internationaal niveau een voortrekkersrol op wanneer het gaat over emissiereductie. Onze Noordzee zelf maakt deel uit van een ECA-zone (Emission Control Area) waarin we met ons sniffervliegtuig streng controleren op de uitstoot van stikstof, zwavel en nog dit jaar ook van black carbon. Onze ambitie is om de CO₂ -uitstoot te verminderen met 55% tegen 2030 en nul-uitstoot te halen tegen 2050. Daarom is het belangrijk dat we opnieuw onze plaats in de cockpit van de IMO kunnen bemachtigen. Zo kunnen we echt onze stempel drukken op de ontwikkeling van een duurzaam maritiem beleid.”

Peter Claeyssens, Directeur-generaal bij het Directoraat-generaal Scheepvaart: “De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) bepaalt de regels voor een veilige scheepvaart en de bescherming van onze zeeën en oceanen. Als belangrijke maritieme natie zet België sterk in op veilige en milieuvriendelijke scheepvaart. Daarom wil België mee aan het roer staan van deze organisatie, om onze stempel te kunnen drukken op het continue streven naar een duurzame maritieme mobiliteit wereldwijd.”

De verkiezingen worden in Londen gehouden tijdens de 32e gewone zitting van de Algemene Vergadering, van 6 december 2021 tot en met 15 december 2021.

Meer informatie over de Raad van de IMO en de Belgische kandidatuur vindt u hier.

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer

https://mobilit.belgium.be/nl/nieuws/nieuwsberichten/2021/belgie_kandidaat_voor_de_raad_van_de_internationale_maritieme