Zeezoogdieren in België in 2021

In het nieuwe rapport Strandingen en waarnemingen van zeezoogdieren in België in 2021 compileren het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, SeaLife Blankenberge en de Universiteit van Luik de resultaten van de monitoring en het wetenschappelijk onderzoek naar zeezoogdieren in België in 2021. De verdubbeling van het aantal dood aangespoelde zeehonden, veelal omgekomen in visnetten, was de meest opmerkelijke bevinding.

Welke dode of stervende zeezoogdieren spoelden aan op onze stranden? Welke doodsoorzaken konden worden aangewezen? Wat zijn de trends van zeezoogdieren in België? Hoeveel zeehonden heeft Sealife opgevangen? Dit zijn de vragen waarop men de antwoorden kan vinden in het nieuwste zeezoogdieren-rapport, dat de focus legt op de resultaten uit 2021.

Enkele van de zeehonden met een typisch circulair nek/koptrauma (links: Oostende, 6 april; midden: Oostduinkerke, 20 maart; rechts: Lombardsijde, 12 april 2021). © NorthSealTeam – Brandweer

Veel dode zeehonden

In 2021 strandden in België enkel Bruinvissen en zeehonden. Een saai jaar voor zeezoogdieren-onderzoekers na een spectaculair 2020, toen twee Gewone Spitssnuitdolfijnen en een Dwergvinvis aanspoelden? Zeker niet. Het aantal dode zeehonden verdubbelde immers tot meer dan 100, ten opzichte van een nagenoeg constant aantal in de periode 2018-2020 (gemiddeld 44). Het achterhalen van de doodsoorzaak bleek een echte uitdaging. Aangezien veel van de dode zeehonden ‘onthoofd’ leken, ontstond veel commotie en speculatie. Uiteindelijk bleek dat veel van de betrokken dieren waren gestorven in visnetten. Van de Grijze zeehond, die pas recenter dan de Gewone zeehond zijn plaats in de zuidelijke Noordzee opeist, schommelt het aandeel in de zeehondenstrandingen tijdens de laatste 10 jaren tussen de helft en ongeveer 70 %.

Het aantal dood of stervend gestrande zeehonden (blauwe balkjes) stijgt reeds sinds het begin van de tijdsreeks in 2005, en hangt samen met de populatie-toename van Gewone en Grijze zeehonden in onze buurlanden. De verdubbeling in 2021 kan hierdoor echter niet verklaard worden. Het percentage Grijze Zeehonden (oranje lijn) schommelt de laatste jaren binnen dezelfde marge van 50 à 70 %. ©KBIN

Bruinvissen

Met 74 dood aangespoelde bruinvissen was 2021 een eerder gematigd jaar. In 10 van de jaren sinds 2005 waren het er meer (in vier jaren zelfs meer dan 100), in de zes overige jaren minder. Van 30 bruinvissen kon de doodsoorzaak worden vastgesteld: 15 vielen ten prooi aan Grijze zeehonden (en dat is opvallend veel), 12 stierven door infectieziekten of verhongering en ‘slechts’ 3 verdronken in visnetten.

De tijdsreeks van de jaarlijkse aantallen geregis-treerde strandingen van Bruin-vissen (blauwe balkjes) laat toe om 2021 als een gematig jaar te bestempelen in vergelijking met de jaren sinds 2005. Doorgaans betroffen iets meer dan de helft van de dode Bruinvissen mannetjes (oranje lijn), maar dat aandeel is de laatste jaren gemiddeld toegenomen. ©KBIN

Verder strandden ook vier levende Bruinvissen, die allen jammer genoeg snel na de stranding stierven. Lucht-surveys toonden aan dat in onze wateren bijna 3.000 Bruinvissen aanwezig waren in juni en september.

Een levend gestrande Bruinvis op het strand van Mariakerke (30 augustus 2021). ©KBIN/Jan Haelters

Opvang van zeehonden

Sealife Blankenberge heeft in 2021 acht Grijze en 10 Gewone zeehonden opgevangen. Bijtwonden (van ongekende origine), verwondingen veroorzaakt door het nylon touw van een visnet, en ander afval op zee (rubberen ring), lagen aan de basis van de nood aan opvang. Zes Grijze en zeven Gewone zeehonden konden in 2021 worden vrijgelaten. In tegenstelling tot in het verleden laat men jonge Grijze zeehonden nu veel vaker gewoon op het strand liggen: het zijn er intussen steeds meer en de diertjes hebben onze hulp meestal niet nodig.

De vrijlating van Grijze zeehonden Lucas en Duvel op het strand van Blankenberge (28 april 2021). Duvel (rechts) had bij zijn opvang drie weken eerder een zware verwonding rond de nek, veroorzaakt door het nylon touw van een visnet. De sporen daarvan zijn nog zichtbaar. ©Luc David

Kaderstukken

Het jaarrapport wijdt verder aandacht aan de dood van Grijze zeehond Oscar. Deze hoogbejaarde zeehond bracht zijn laatste jaren aan onze kust door, en groeide in 2021 uit tot de mascotte van de vrijwillige zeehondenbewaking en kon ook op veel persaandacht rekenen. Ook de solitaire Tuimelaar, die al vele jaren met de regelmaat van de klok in onze wateren opduikt en vaak het gezelschap van duikers opzoekt, passeert de revue.

2021 markeerde de 75ste verjaardag van de Internationale Walvisvaartcommissie. Of er een reden is om de champagne boven te halen, leest u in een opiniestukje.

Alle zeezoogdieren genieten in België wettelijke bescherming. Het opvolgen van de populaties en het onderzoek naar verklaringen voor de geobserveerde trends, waarvoor het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen als verantwoordelijke overheidsdienst werd aangeduid, kaderen in de uitvoering van het Koninklijk Besluit betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, waarbij onder meer de afspraken gemaakt binnen de Kustwacht worden gevolgd. Ook het onderzoek naar de gezondheidstoestand en doodsoorzaken is een verplichting aangegaan in internationale afspraken, die ons bovendien veel leert over de toestand van het mariene milieu. De monitoring en het wetenschappelijk onderzoek naar zeezoogdieren zijn echter enkel mogelijk dankzij de steun van de lokale nood- en controlediensten en het enthousiasme en de meldingsbereidheid van vele waarnemers.

Voor informatie over recente waarnemingen van zeezoogdieren in België en instructies over wat te doen bij strandingen kan je terecht op de website marinemammals.be. Het volledige rapport over 2021, alsook de oudere jaarrapporten, kunnen hier worden geraadpleegd.

Experten voorspellen nieuwe effecten op mariene biodiversiteit

Het combineren van mariene activiteiten, het winnen van lithium uit de diepzee, de overbevissing van diepzeesoorten en de onverwachte oceaanimpact van bosbranden en van nieuwe biologisch afbreekbare materialen behoren tot de vijftien ‘nieuwe’ problemen waarvan experten snel de impact op de biodiversiteit in onze zee- en kustgebieden verwachten te zien. Ze waarschuwen dat we nu werk moeten maken van preventie en mitigatie.

Een internationaal team van deskundigen heeft een lijst opgesteld van 15 kwesties die momenteel niet op ruime schaal aandacht krijgen, maar die in het komende decennium waarschijnlijk een belangrijke impact zullen hebben op de biodiversiteit in zeeën en kustgebieden (zie verder voor volledige lijst).

Bij de horizonscan waren 30 deskundigen op het gebied van mariene en kustsystemen uit 11 landen in het noorden en zuiden van de wereld betrokken, met uiteenlopende achtergronden, waaronder wetenschappers en beleidsmakers. De studie werd geleid door Dr. James Herbert-Read en Dr. Ann Thornton van het Department of Zoology van de Universiteit van Cambridge, en omvatte ook Prof. Dr. Steven Degraer van het MARECO-team (Marine Ecology and Management) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). De resulterende publicatie ‘A global horizon scan of issues impacting marine and coastal biodiversity conservation’ werd op 7 juli 2022 gepubliceerd in het tijdschrift Nature Ecology and Evolution.

Dit proces van horizonscanning werd al eerder gebruikt om problemen aan het licht te brengen die later op de voorgrond zijn getreden. Een scan in 2009 leverde bijvoorbeeld een vroege waarschuwing op dat microplastics een groot probleem zouden kunnen worden in mariene milieus, wat intussen inderdaad het geval is.

Tropisch marien ecosysteem (© Emma Johnston)

Ogenschijnlijk onverwachte problemen

Naast de bekende problemen die de biodiversiteit in de oceanen beïnvloeden, zoals klimaatverandering, verzuring van de oceanen en verontreiniging, richt deze studie zich op minder bekende opkomende problemen die binnenkort aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de ecosystemen in zee en aan de kust. Deze kwesties omvatten de effecten van nieuwe biologisch afbreekbare materialen op het mariene milieu, de effecten van bosbranden op kustecosystemen en een “lege” zone bij de evenaar wanneer soorten uit dit opwarmende deel van de oceaan wegtrekken.

“Mariene en kustecosystemen worden geconfronteerd met een groot aantal opkomende problemen die slecht worden onderkend of begrepen, en die elk een potentieel effect op de biodiversiteit hebben”, aldus Dr. James Herbert-Read. Hij voegt eraan toe: “Door toekomstige problemen te belichten, geven we aan waar vandaag veranderingen moeten worden doorgevoerd – zowel op het vlak van monitoring als van beleid – om ons mariene en kustmilieu te beschermen”.

Zo wijst de publicatie bijvoorbeeld op de potentiële impact van nieuwe biologisch afbreekbare materialen op de oceaan. Hoewel dergelijke materialen worden aangeprezen als een oplossing voor het afvalprobleem, zijn sommige van deze materialen giftiger voor zeedieren dan traditionele kunststoffen. Herbert-Read: “Regeringen dringen aan op het gebruik van biologisch afbreekbare materialen, maar in veel gevallen weten we niet welke gevolgen deze materialen kunnen hebben voor het leven in de oceanen”.

Op het eerste gezicht kan ook de potentiële impact van bosbranden op kust- en mariene milieus onverwacht lijken, maar naast de vernietiging van habitats kunnen bosbranden waterverontreiniging veroorzaken door as en ander puin, sedimenten en voedingsstoffen die zich vele kilometers stroomafwaarts verplaatsen en onderweg het aquatische leven beïnvloeden, en het ontstaan van schadelijke algenbloei.

Afgezien van het feit dat steeds meer vissoorten zich door de opwarming van de evenaar weg bewegen, waarschuwen de auteurs ook dat de voedingswaarde van vis afneemt als gevolg van de klimaatverandering. Essentiële vetzuren worden meestal geproduceerd door koudwatervissoorten, dus als de klimaatverandering de oceaantemperaturen doet stijgen, vermindert de productie van deze voedzame moleculen. Dergelijke veranderingen kunnen gevolgen hebben voor zowel het mariene leven als de menselijke gezondheid.

Bosbranden in Australië met aswolk (zuidoosten) naar de ocean, 2020 (© Japan Meteorological Agency_ Himawari 8; CC BY 4.0)

Ontginningskwesties

Verschillende van de geïdentificeerde problemen houden verband met de exploitatie van rijkdommen uit de oceanen. Zo zijn bijvoorbeeld diepzee-“pekelbassins” unieke mariene milieus die een diversiteit aan leven herbergen en hoge concentraties lithiumhoudende zouten bevatten. De auteurs waarschuwen dat de stijgende vraag naar lithium voor batterijen voor elektrische voertuigen deze milieus in gevaar kan brengen. Zij roepen op tot regels om ervoor te zorgen dat de biodiversiteit wordt geëvalueerd voordat pekelpoelen in de diepzee worden geëxploiteerd.

Hoewel overbevissing een onmiddellijk probleem is, werd in de horizonscan ook gekeken naar wat er daarna zou kunnen gebeuren. De auteurs denken dat er binnenkort misschien zal worden gevist in de diepere wateren van de mesopelagische zone (een diepte van 200 tot 1000 meter), waar vis niet geschikt is voor menselijke consumptie maar wel als voedsel aan viskwekerijen kan worden verkocht. “Er zijn gebieden waarvan wij denken dat onmiddellijke veranderingen enorme problemen in het komende decennium kunnen voorkomen, zoals overbevissing in de mesopelagische zone van de oceaan,” aldus Dr. Ann Thornton. Zij voegt daaraan toe: “Door dit aan banden te leggen, zou niet alleen een einde komen aan de overbevissing van deze visbestanden, maar zou ook de verstoring van de koolstofcyclus in de oceaan worden verminderd, omdat deze soorten een oceaanpomp zijn die koolstof uit onze atmosfeer verwijdert”.

Diepzeevisserij in Zuid-Afrika, 2015 (© Kelle Moreau)

Een ver-van-ons-bed-show?

Hoewel sommige van de opgesomde problemen misschien ver weg lijken, is de studie ook relevant voor het Belgische deel van de Noordzee. Steven Degraer van het KBIN verduidelijkt: “Kwesties zoals het goed beheren van in de ruimte gecombineerde menselijke activiteiten op zee of de mogelijke wijziging van de voedingswaarde van vis als gevolg van de klimaatverandering zijn ook van direct belang voor goed bestudeerde gebieden zoals de zuidelijke Noordzee”.

Omdat onze wateren op een drukke scheepvaartroute liggen, in de buurt van een aantal grote havens, en veel verschillende gebruikers tellen (scheepvaart, visserij, hernieuwbare energie, zandwinning, baggerwerken, toerisme, …), blijft het een voortdurende uitdaging om alle activiteiten op een beperkte oppervlakte met elkaar in overeenstemming te brengen, zodat de cumulatieve effecten aanvaardbaar en mitigeerbaar blijven. En natuurlijk zijn de gevolgen van de klimaatverandering niet uitsluitend beperkt tot tropische gebieden.

Tropisch marien ecosysteem (© Emma Johnston)

Aansturen van beleidswijziging en praktijken

Niet alle voorspelde effecten zijn negatief. De auteurs denken dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals zachte robotica en betere opsporingssystemen onder water, wetenschappers in staat zal stellen meer te weten te komen over mariene soorten en hun verspreiding. Dit zal dan weer leiden tot de ontwikkeling van meer doeltreffende beschermde mariene gebieden. Maar zij waarschuwen ook dat de gevolgen van deze technologieën voor de biodiversiteit moeten worden geëvalueerd voordat zij op grote schaal worden toegepast.

“Onze vroegtijdige identificatie van deze problemen en hun mogelijke gevolgen voor de biodiversiteit in zee en aan de kust zal wetenschappers, natuurbeschermers, beheerders van hulpbronnen, beleidsmakers en de bredere gemeenschap helpen bij het aanpakken van de uitdagingen waarmee mariene ecosystemen worden geconfronteerd,” aldus Herbert-Read.

Het hoofddoel van de studie is dan ook de bewustwording te vergroten en investeringen aan te moedigen om de voorspelde problemen nu volledig te evalueren, en mogelijk beleidswijzigingen te stimuleren, voordat de problemen een grote impact hebben op de biodiversiteit.

Door vroegtijdig te waarschuwen voor de opgesomde problemen, werken de auteurs in synergie met andere lopende processen. De Verenigde Naties hebben 2021-2030 uitgeroepen tot het “VN-decennium van de oceaanwetenschap voor duurzame ontwikkeling”. Bovendien zal de vijftiende Conferentie van de Partijen (COP) van het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit eind 2022 de onderhandelingen afronden over een mondiaal kader voor biodiversiteit. Doel is het verlies aan biodiversiteit te vertragen en om te buigen en tegen 2050 doelstellingen voor positieve resultaten vast te stellen.

Dit onderzoek werd gefinancierd door Oceankind.

 

De volledige lijst van voorspelde problemen

Ecosysteemeffecten

  1. Effecten van bosbranden op kust- en mariene ecosystemen
  2. Verdonkering van de kust
  3. Verhoogde toxiciteit van metaalverontreiniging ten gevolge van oceaanverzuring
  4. Equatoriale mariene gemeenschappen verarmen (gebrek aan variëteit) ten gevolge van klimaatverschuivingen
  5. Gewijzigde voedingswaarde van vis als gevolg van klimaatverandering

Exploitatie van hulpbronnen

  1. Onbenut potentieel van mariene collagenen en hun invloed op mariene ecosystemen
  2. Effecten van de toenemende handel in zwemblazen van vis op doelsoorten en niet-doelsoorten
  3. Effecten van de visserij op mesopelagische (middeldiepe) soorten op de biologische oceaanpomp
  4. Winning van lithium uit diepzeepekelbassins

Nieuwe technologieën

  1. Co-locatie van mariene activiteiten
  2. Drijvende zeesteden
  3. Verontreiniging met sporenelementen verergerd door de wereldwijde overgang naar groene technologieën
  4. Nieuwe onderwater-traceersystemen om zeedieren te bestuderen die niet aan de oppervlakte komen
  5. ‘Soft robotics’ voor marien onderzoek
  6. Effecten van nieuwe biologisch afbreekbare materialen in het mariene milieu

EOS Special Noordzee

KBIN werkte mee aan de ‘Special Noordzee’ van het Nederlandstalig populairwetenschappelijk maandblad EOS Wetenschap. Samen met het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) zetelden we in de Redactieraad, en meerdere KBIN-wetenschappers komen aan bod in diverse artikels. Het resultaat ligt sinds 23 juni 2022 in de rekken.

Maar liefst 130 pagina’s, over de RV Belgica, CSI zeezoogdieren, niet-inheemse schelpdieren, … en veel meer !!

Rep u naar het dichtstbijzijnde verkooppunt! Hard copies bestellen kan hier.

RV Belgica gedoopt door HKH Prinses Elisabeth in Gent

Op zaterdag 25 juni 2022 werd het nieuwe Belgische oceanografisch onderzoeksschip RV Belgica gedoopt. De officiële ceremonie vond plaats op de Rigakaai (North Sea Port) in de peterstad Gent, waar de RV Belgica voor deze gelegenheid enkele dagen lag aangemeerd. Niemand minder dan HKH Prinses Elisabeth bewees het schip de eer om doopmeter te zijn. Na het uitspreken van de doopformule « Ik doop U BELGICA en wens U en Uw bemanning een behouden vaart. » brak ze met succes een fles champagne op de romp.

©KBIN/Thierry Hubin
©KBIN/Thierry Hubin

De doop van een schip is een restant van een oude traditie. In lang vervlogen tijden beoogde men de genade van de goden te verkrijgen door hen een offer te brengen, waarbij het bloed van een geofferde persoon werd gebruikt. Later verving wijn het offerbloed. Onder de zeevarenden verspreidde zich het gezegde: “Een schip dat geen wijn heeft geproefd, zal bloed proeven”. Het idee is dat een schip dat niet gedoopt werd moeilijkheden zal ondervinden: stormen, schade of ongelukken … Nog later werd de wijn vervangen door champagne, het symbool bij uitstek van feestelijkheid, viering, succes en geluk! Tegenwoordig beschouwen we dit natuurlijk als bijgeloof, maar vormt een doopceremonie nog steeds de uitgelezen gelegenheid om allen die zijn betrokken bij de realisatie, uitbating en operationalisering van een schip samen te brengen, het schip officieel welkom te heten en een voorspoedige toekomst te wensen. De RV Belgica, die op 13 december 2021 aankwam in België en haar wetenschappelijke activiteiten aanving op 27 januari 2022, kan voortaan dus zonder angst voor onheil de zee op (knipoog).

©KBIN/Thierry Hubin

Prominente aanwezigen

De doopceremonie van de RV Belgica werd onder meer bijgewoond door Mr. Vincent Van Quickenborne, Vice-eersteminister en minister van Justitie en Noordzee, Mr. Thomas Dermine, Staatssecretaris voor Relance, Strategische Investeringen en Wetenschapsbeleid, Admiraal Michel Hofman, Vleugeladjudant van de Koning en Chef Defensie, Mevr. Carina Van Cauter, Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen, Mr. Mathias De Clercq, Burgemeester van de stad Gent, Mr. Arnaud Vajda, Voorzitter van het Federaal Wetenschapsbeleid, Divisieadmiraal Jan De Beurme, Vleugeladjudant van de Koning, Commandant van de Marine en plaatsvervangend Admiraal BENELUX, Mevr. Patricia Supply, Algemeen Directeur van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en Mr. Frank Monteny, Algemeen Directeur Onderzoek en Ruimtevaart van het Federaal Wetenschapsbeleid.

Talrijke vertegenwoordigers van de wetenschappelijke wereld, de diverse componenten van Defensie, de lokale, provinciale, gewestelijke en federale overheden, en de bedrijfswereld, zakten voor deze gelegenheid naar de Rigakaai af. Ook Mr. Marcos Freire, Algemeen Directeur van Freire Shipyard, de Spaanse scheepswerf die de RV Belgica heeft gebouwd, Mevr. Beatriz Larrotcha Palma, Ambassadeur van Spanje bij het Koninkrijk België, en Mr. Eric Derriën, Algemeen Directeur van de operator Genavir, woonden de doopceremonie bij.

Staatssecretaris Dermine: “Dat prinses Elisabeth het meterschap van de Belgica opneemt, is een grote eer en krachtig signaal dat ons gedeeld geloof in een ambitieuze toekomst voor het Belgische wetenschapsbeleid in de verf zet. Met maar liefst vier keer meer laboratoriumruimte dan de vorige Belgica, zal dit 71 meter lange vlaggenschip daar sterk aan kunnen bijdragen op vlak van marien onderzoek in België en Europa. Gent is een logische keuze als peter: in de Arteveldestad is de zucht naar kennis en de relatie tot het water bepalend voor de geschiedenis, de identiteit en de toekomst van de stad.”

©KBIN/Thierry Hubin

Veel protocol

Na de voorstelling van de genodigden en een welkomstwoord door Staatssecretaris Dermine, voorzitter van de plechtigheid, was de eigenlijke doop het eerste ceremonieel element van het gebeuren, dat in totaal net geen uur duurde. Daarop kregen de aanwezigen echter nog heel wat bijkomend protocol voorgeschoteld.

Zo werden de volgende attributen aan de RV Belgica geschonken: de Geus (een vierkante vlag met de nationale driekleur die wordt gevoerd bij wijze van groet) werd overhandigd door Staatssecretaris Dermine, de vlag van hulpschip van de Marine door Divisieadmiraal De Beurme, en de scheepsbel (een bronzen bel waarin de scheepsnaam is gegraveerd) door Burgemeester De Clercq.

Daarop volgde, met toestemming van HKH Prinses Elisabeth, de erkenning van de Gezagvoerder van de RV Belgica, Korvetkapitein Gaëtan Motmans, door Divisieadmiraal De Beurme. Deze richtte zich vervolgens tot Mevr. Supply voor de detachering van de Gezagvoerder, de Eerste Stuurman en de Tweede Stuurman bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

De oorkondes over het peterschap van de RV Belgica werden door Gezagvoerder Motmans en Burgemeester De Clercq uitgewisseld, waarop de Burgemeester zich tot de aanwezigen richtte.

Tot slot scheepten de Gezagvoerder en de bemanning van de RV Belgica aan boord in, en nodigde Staatssecretaris Dermine HKH Prinses Elisabeth uit voor een bezoek aan boord, waar zij het gastenboek ondertekende en enkele technische en wetenschappelijke demonstraties kreeg.

©KBIN/Thierry Hubin
©Defensie/Michel Cauffmann
©Defensie/Michel Cauffmann

Bijkomende activiteiten

In het kader van het verblijf van de RV Belgica in Gent werden ook enkele publiek toegankelijke activiteiten voorzien. Op vrijdag 24 juni vond het wetenschappelijk symposium ‘RV Belgica – A ship for the future’ plaats in de Aula van de Universiteit Gent, en op zaterdag 25 juni (voormiddag) en zondag 26 juni (hele dag) kreeg het publiek de kans om het schip te bezoeken. Aan boord vond tevens een wetenschapsbeurs plaats, waarin verschillende wetenschappelijke gebruikers hun activiteiten voorstelden en demonstreerden. Dat men voor een bezoek aan de RV Belgica en de wetenschapsbeurs plaatsen moest reserveren bleek geen overbodige maatregel: de RV Belgica was doorlopend tot een maximaal toelaatbare capaciteit gevuld.

Op de Rigakaai kon men verder ook terecht voor een technologiebeurs waar bezoekers de activiteiten van DEME/NH Marine, Expo Marine, Hulpbetoon van de Marine, IC Defensie, ABC Engines, North Sea Drones, Statamat en Thales konden ontdekken. Ook enkele foodtrucks en gelegenheid voor een drankje was voorzien, terwijl jonge en minder jonge kinderen zich konden uitleven op een springkasteel, klimmuur en deathride.

 

De doopceremonie van de RV Belgica en de welkomactiviteiten waren een gezamenlijke organisatie van het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO), het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), de Belgische Marine, het Kabinet van de Staatssecretaris belast met Wetenschapsbeleid, het Militair Huis van de Koning, de operator Genavir, North Sea Port, de Stad Gent en de Universiteit Gent, met ondersteuning van de Lokale Politie Gent, de Scheepvaartpolitie en de Brandweer Zone Centrum.

Het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO) vertegenwoordigt de Belgische Staat als eigenaar van de RV Belgica, het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) beheert de kalender, het budget en de wetenschappelijke instrumentatie, de Belgische Marine levert het brugpersoneel en de thuishaven Zeebrugge, en de operator Genavir is verantwoordelijk voor het geïntegreerde beheer en de exploitatie van het schip.