Nature-Inclusive Design op Prinses Elisabeth Eiland: Stopzetting van het NID4BirdLIFE-project

Als onderdeel van de ontwikkeling van het Prinses Elisabetheiland onderzoeken Elia en haar wetenschappelijke partners hoe grootschalige offshore-infrastructuur kan bijdragen aan biodiversiteit door middel van Nature-Inclusive Design (NID). Een van de voorgestelde NID-maatregelen was de vestiging van een duurzame broedkolonie van drieteenmeeuwen op de eilandwanden. De ambitie om deze oplossing te realiseren moest echter uiteindelijk worden opgegeven vanwege aanzienlijke kostenstijgingen en operationele veiligheidsproblemen die de haalbaarheid van het project in gevaar brachten. Ondanks deze tegenslag blijven de partners zich volledig inzetten voor de implementatie van impactvolle NID-maatregelen en het bevorderen van duurzame oplossingen voor het mariene milieu. Andere maatregelen van het NID-plan van het energie-eiland vorderen goed.

Volwassen Drieteenmeeuw, 13 november 2022, Belgisch deel van de Noordzee (© Instituut voor Natuurwetenschappen/Kelle Moreau)

Wat is Nature-Inclusive Design in de context van het Prinses Elisabeth Eiland?

Nature-Inclusive Design (NID) is een samenwerkingsverband dat ecologische expertise integreert in het ontwerp en de bouw van het energie-eiland, met als doel de biodiversiteit zowel boven als onder water te vergroten. Meer specifiek worden biodiversiteitsbevorderende elementen direct in de menselijke infrastructuur opgenomen. In plaats van in strijd met de natuur te bouwen, bevordert NID co-existentie en creëert het kansen voor flora en fauna om te gedijen in omgevingen die door menselijke activiteiten zijn gevormd.

Voor het Prinses Elisabetheiland zijn in samenwerking met experts op het gebied van mariene ecologie en natuurbehoud verschillende NID-maatregelen ontwikkeld:

  • Richels als broed- en rustplaatsen voor de drieteenmeeuw.
  • 3D-panelen in de diepe onderwaterzone die beschutting en aanhechtingsoppervlakken bieden aan zeeorganismen.
  • Chaotische erosiebescherming met complexe randen: het creëren van diverse leefomgevingen voor mariene soorten.
  • Oesterriffen: Bevordering van het herstel van de Europese platte oester.
  • Strategisch geplaatste rotsblokken: Vergroting van de complexiteit van het leefgebied.
  • Behoud en integratie van natuurlijke grindbedden: het waarborgen van ecologische continuïteit met de oorspronkelijke zeebodem.

Deze maatregelen weerspiegelen een gezamenlijke inzet voor het bouwen van veerkrachtige, duurzame infrastructuur die het omringende ecosysteem respecteert en verbetert.

Het NID4BirdLIFE project

Het NID4BirdLIFE-initiatief, dat in 2024 van start ging en waarbij Elia samenwerkte met het Instituut voor Natuurwetenschappen, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Renewables Grid Initiative (RGI), had als doel de populatie van de drieteenmeeuw (Rissa tridactyla) in de Noordzee te ondersteunen. Dit moest worden bereikt door nestrichels in de buitenwanden van het eiland te integreren om een ​​duurzame broedkolonie op het Prinses Elisabetheiland te vestigen.

Ondanks de ecologische ambitie en de gezamenlijke inspanningen die tot een goedgekeurd technisch ontwerp hebben geleid, zijn er twee grote risico’s ontstaan ​​die de haalbaarheid van het project aanzienlijk in gevaar hebben gebracht:

  1. Aanzienlijke kostenstijging: De aanschaf- en installatiekosten voor vogelrichels zijn in de loop der tijd verdrievoudigd, waardoor ook de mogelijke budgettoewijzing voor andere NID-maatregelen in gevaar komt.
  2. Risico op vogelaanvaringen: De aantrekkingskracht voor vogels leidt tot een onvermijdelijk risico voor helikopteroperaties, wat in strijd is met het ALARP-principe (As Low As Reasonably Practicable), dat vereist is voor de certificering van helikopterplatforms.

Hoewel uitgebreid onderzoek is gedaan naar mogelijke oplossingen – waaronder een hernieuwde evaluatie door INBO van de minimale lengte van de richels die nog steeds een positief resultaat zouden opleveren – kon Elia zich de hogere kosten van één enkele NID-maatregel niet veroorloven zonder de implementatie van de andere NID-maatregelen in gevaar te brengen.

Geconfronteerd met deze beperkingen moest het NID4BirdLIFE-project worden stopgezet. Deze beslissing is niet lichtvaardig genomen en weerspiegelt de complexe realiteit van baanbrekende infrastructuurprojecten. De steun van het Europees Agentschap voor Klimaat, Infrastructuur en Milieu (CINEA) en alle betrokken partijen gedurende het NID4BirdLIFE-project is van onschatbare waarde geweest.

Eerstejaars Drieteenmeeuw, 13 november 2022, Belgisch deel van de Noordzee (© Instituut voor Natuurwetenschappen/Kelle Moreau)

Vooruitblik

De consortiumpartners bevestigen hun voornemen om de resterende NID-maatregelen uit te voeren, zoals overeengekomen met ecologische deskundigen.

Het baanbrekende karakter van de NID-strategie blijft centraal staan ​​in de visie van het consortium voor het energie-eiland. Samen wordt aanhoudend gezocht naar haalbare en impactvolle oplossingen die de biodiversiteit bevorderen en bijdragen aan een duurzaam marien milieu.

Ondanks de vroegtijdige beëindiging van het project heeft het consortium, dankzij de door RGI geleide activiteiten voor het betrekken van stakeholders, een state-of-the-art rapport geproduceerd over Innovative Nature-Inclusive Design solutions for Birdlife near offshore energy infrastructure. Dit rapport vat de belangrijkste uitdagingen en potentiële oplossingen samen die door stakeholders zijn geïdentificeerd en beschrijft voorgestelde principes ter ondersteuning van een effectievere implementatie in toekomstige projecten. Het NID4BirdLIFE-project heeft bijgedragen aan het initiëren van de discussies over dit onderwerp. RGI verbindt zich ertoe in de toekomst het overleg met centrale stakeholders voort te zetten via de Offshore Coalition for Energy and Nature (OCEaN).