Eurofleets AISBL: Een nieuw tijdperk voor mariene wetenschap in Europa

Een nieuw hoofdstuk in Europees marien onderzoek is begonnen met de officiële oprichting van Eurofleets AISBL, een pan-Europese onderzoeksinfrastructuur die is ontworpen om de toegang tot mariene onderzoeksschepen te revolutioneren. Dit baanbrekende initiatief werd geformaliseerd in Brussel met de ondertekening van de oprichtingsakte door vertegenwoordigers van Ierland, Italië, Frankrijk en België. Voor België was het Serge Scory van het Instituut voor Natuurwetenschappen die de honneurs waarnam.

Brussel, 26 maart 2025. Van links naar rechts: Aodhán Fitzgerald (Marine Institute, Ierland), Giuseppe Magnifico (CNR, Italië), Olivier Lefort (IFREMER, Frankrijk) en Serge Scory (Instituut voor Natuurwetenschappen, België)

Eurofleets AISBL is het resultaat van meer dan een decennium van samenwerking tussen Europa’s toonaangevende mariene onderzoeksinstellingen. Sinds 2009 werken uitbaters van onderzoeksschepen samen om een ​​kader te creëren dat ervoor zorgt dat onderzoekers in heel Europa, en zelfs daarbuiten, toegang hebben tot ultramoderne onderzoeksschepen. Door middelen en expertise te bundelen, zal dit initiatief oceanografisch onderzoek efficiënter, duurzamer en inclusiever maken.

Uitbreiding van wetenschappelijke toegang tot de oceanen

Marien onderzoek speelt een cruciale rol bij het begrijpen van klimaatverandering, het beschermen van biodiversiteit en het beheren van mariene hulpbronnen. Onderzoeksschepen zijn echter duur en niet alle landen hebben daarvoor de nodige middelen. Eurofleets AISBL overbrugt deze kloof, waardoor wetenschappers uit verschillende landen kunnen samenwerken en toegang krijgen tot hightech onderzoeksvloten, ongeacht de maritieme capaciteiten van hun thuisland.

Dit initiatief zal helpen om enkele van de meest urgente wetenschappelijke uitdagingen van onze tijd aan te pakken, van het in kaart brengen van de oceaanbodem tot het bestuderen van de effecten van klimaatverandering op mariene ecosystemen. Door gecoördineerde toegang tot onderzoeksschepen kunnen wetenschappers grootschalige studies uitvoeren die voorheen buiten bereik waren voor veel onderzoeksteams. Ook het Belgische state-of-the-art onderzoeksschip RV Belgica maakt al sinds het begin deel uit van de Eurofleets-initiatieven, en dat is nog steeds zo.

Een groenere toekomst voor marien onderzoek

Een van de belangrijkste doelen van Eurofleets AISBL is het stimuleren van de milieutransitie van Europese onderzoeksvloten. Het initiatief zet zich in voor het verminderen van CO2-uitstoot, het verbeteren van energie-efficiëntie en het bevorderen van duurzame maritieme operaties. Tegen 2030 wordt van onderzoeksschepen verwacht dat ze voldoen aan strengere milieunormen, zodat mariene wetenschap zelf niet bijdraagt ​​aan de degradatie van de ecosystemen die ze wil bestuderen en beschermen.

Ondersteuning van de volgende generatie mariene wetenschappers

Naast het verbeteren van de onderzoeksinfrastructuur, is Eurofleets AISBL toegewijd aan training en loopbaanontwikkeling. Jonge onderzoekers zullen profiteren van gecoördineerde trainingsprogramma’s in heel Europa, waarbij ze waardevolle ervaring opdoen aan boord van onderzoeksschepen van wereldklasse. Samenwerkingen met universiteiten en onderzoeksorganisaties zullen wetenschappers in hun beginfase van hun carrière verder ondersteunen, zodat de volgende generatie is uitgerust met de vaardigheden en kennis die nodig zijn om de mariene wetenschap te bevorderen.

Een stap naar een meer uniform Europees onderzoekslandschap

Door de toegang tot onderzoeksschepen te stroomlijnen en internationale samenwerking te bevorderen, versterkt Eurofleets AISBL de positie van Europa als wereldleider in mariene wetenschap. Het zorgt ervoor dat wetenschappelijk onderzoek niet wordt beperkt door nationale grenzen en dat Europa collectief kan reageren op de uitdagingen waarmee onze oceanen worden geconfronteerd.

Nu dit ambitieuze initiatief van start gaat, markeert het een keerpunt voor de Europese mariene wetenschap. Met een grotere toegankelijkheid, een sterke focus op duurzaamheid en een toewijding aan het bevorderen van talent, is Eurofleets AISBL klaar om de toekomst van oceanografisch onderzoek voor de komende jaren vorm te geven.

Mariene Strategie voor een duurzame en veerkrachtige Noordzee

Een team van onderzoekers heeft de staat van de het mariene milieu in onze Belgische Noordzee uitgebreid geëvalueerd. De inzichten zijn samengebracht in de herziene Belgische Mariene Strategie. Ze onderstreept ook de nood aan maatregelen om de ecologische gezondheid en economische duurzaamheid van het gebied te waarborgen.

Noordse stormvogel (© Instituut voor Natuurwetenschappen / K. Moreau)

De Belgische Noordzee is een van de meest intensief gebruikte zeeën ter wereld. Met een kustlijn van 67 kilometer en een oppervlakte van amper 3454 km² herbergt ze een verrassend rijke biodiversiteit en tal van economische activiteiten zoals scheepvaart, visserij, offshore energie, zandontginning en toerisme. Het mariene ecosysteem staat echter onder druk door vervuiling, klimaatverandering en overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen.

De Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRMS) verbindt alle EU-lidstaten tot het ontwikkelen van een mariene strategie met het bereiken van een Goede Milieutoestand als doel. Om de zes jaar wordt hierover een stand van zaken aan de Europese Commissie gerapporteerd. In de Goede Milieutoestand is de zee gezond, schoon en productief, en worden de negatieve effecten van menselijke activiteiten tot een minimum beperkt.

Met de herziening van de Belgische Mariene Strategie zetten we een belangrijke stap in de bescherming en het duurzame beheer van de Noordzee”, zegt minister van Justitie en Noordzee Annelies Verlinden. “Door een combinatie van wetenschappelijk onderbouwd beleid, strikte regelgeving en internationale samenwerking streven we naar een veerkrachtig marien ecosysteem dat niet alleen ons leefmilieu maar ook onze economie ten goede komt.

Belangrijkste bevindingen van het rapport

De Belgische Mariene Strategie 2024 geeft een beeld van de huidige staat van de Belgische Noordzee in al haar facetten. De meest opvallende bevindingen kunnen als volgt worden samengevat:

Biodiversiteit en ecosysteemgezondheid – De populaties van bruinvissen, zeevogels en andere mariene soorten, zoals bepaalde vissoorten, blijven kwetsbaar door menselijke verstoring en klimaatverandering. Daarnaast zorgt verstoring van de zeebodem voor habitatverlies en de achteruitgang van de daaraan verbonden fauna. De overmatige toevoer van nutriënten (stikstof en fosfor), grotendeels via rivieren, blijft leiden tot seizoensgebonden algenbloei met ontwrichting van ecosystemen als gevolg. Er worden ook nog steeds nieuwe invasieve uitheemse soorten ontdekt. Toch zijn er ook positieve ontwikkelingen. Zo draagt de uitbreiding van beschermde mariene gebieden bij aan het behoud en herstel van mariene ecosystemen.

Aangespoelde levende Yoldia limatula, een nieuwe exoot in België. (© Aäron Fabrice de Kisangani)

Chemische verontreiniging – Hoewel de concentraties van veel vervuilende stoffen afnemen, blijven onder meer kwik, tributyltin, PAK’s en PCB’s een ernstige bedreiging voor het mariene ecosysteem. Olievervuiling is weliswaar zo sterk afgenomen dat dit nog nauwelijks voorkomt, maar door de steeds drukkere scheepvaart blijft het risico op ongelukken die kunnen leiden tot olievervuiling hoog. Het inplanten van nieuwe infrastructuur op zee (zoals windparken) is dan ook een punt van zorg, onder meer omdat het leidt tot meer scheepvaart. Scheepslozingen van andere schadelijke stoffen dan olie dalen niet en blijven een aandachtspunt.

Klimaatverandering en oceaanverzuring – De gemiddelde temperatuur van het zeewater blijft stijgen, met impact op mariene ecosystemen en de verspreiding van soorten. Daarnaast leidt de opname van het broeikasgas CO₂, waarvan de wereldwijde uitstoot nog steeds toeneemt, tot oceaanverzuring. Dit brengt de groei en overleving van kalkvormende organismen, zoals schelpdieren en plankton, in gevaar. Ook extreme weersomstandigheden en de stijgende zeespiegel vergroten de kwetsbaarheid van kustgebieden en hun ecosystemen.

Marien zwerfvuil en onderwatergeluid – De hoeveelheid plastic afval in de Noordzee blijft een hardnekkig probleem, met mogelijk grote gevolgen voor zeedieren en kustecosystemen. Daarnaast vormt onderwatergeluid door scheepvaart en industriële activiteiten een toenemend risico voor zeezoogdieren, zoals bruinvissen.

Duurzaam gebruik van mariene hulpbronnen – Hoewel het visserijbeheer is verbeterd, blijft overbevissing een uitdaging voor bepaalde commerciële vissoorten. De socio-economische analyse die eveneens onderdeel vormt van de herziene Belgische mariene strategie, onderstreept de noodzaak van een duurzame exploitatie van mariene hulpbronnen om economische groei en milieubescherming in evenwicht te houden. Daarnaast breidt offshore windenergie zich snel uit en speelt het een belangrijke rol in de energietransitie, maar dit heeft ook ecologische impact die nauwlettend moet worden gemonitord.

Zoöplankton uit het Belgisch deel van de Noordzee (© VLIZ)

Maatregelen en beleidsdoelstellingen

Een duurzame toekomst voor de Noordzee vereist een brede aanpak met gerichte maatregelen om de uitdagingen aan te pakken. De uitbreiding en betere bescherming van mariene beschermde gebieden, gecombineerd met strikte regulering van menselijke activiteiten in ecologisch kwetsbare zones, is essentieel. Daarnaast blijft de aanpak van chemische vervuiling en plastic afval een prioriteit. Ook hier kan strengere regelgeving een rol spelen, samen met innovatieve afvalbeheerstrategieën.

Ook het beheer van onderwatergeluid verdient aandacht, met nieuwe technologieën en beleidsmaatregelen om geluidsoverlast door scheepvaart en de offshore industrie te beperken. Duurzame visserijpraktijken blijven cruciaal, niet alleen door vangstquota maar ook door ruimtelijke beperkingen die visbestanden helpen beschermen. Verder is het versterken van klimaatadaptatie en mitigatie noodzakelijk, met onderzoek naar de impact van klimaatverandering en maatregelen om de gevolgen ervan te beperken.

Tot slot blijven structureel onderzoek en monitoring van groot belang voor alle aspecten die in de Belgische invulling van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie aan bod komen. Enkel zo kunnen beleidsmaatregelen blijvend worden afgestemd op de meest actuele wetenschappelijke inzichten en kunnen milieunormen worden bepaald voor nieuwe vormen van door de mens veroorzaakte verstoring, zoals nieuwe infrastructuur en nieuwe polluenten.

Samenwerking loont

Omdat mariene ecosystemen, de verspreiding van soorten en de invloed van menselijke factoren zich uitstrekken over de grenzen van nationale bevoegdheden, vereist de bescherming en het duurzaam beheer van de Noordzee een geïntegreerde en grensoverschrijdende aanpak. Ook België werkt hiervoor nauw samen met de buurlanden, niet enkel op vlak van het beleid (formuleren van doelen en maatregelen) maar ook voor het definiëren van de Goede Milieutoestand en het evalueren van de huidige situatie in relatie tot de gestelde milieudoelen. In het nieuwe rapport werden dan ook niet enkel nationale evaluaties gebruikt, maar werd ook beroep gedaan op evaluaties die werden uitgevoerd in internationaal verband, zoals het OSPAR Quality Status Report en de beoordelingen van visbestanden door de International Council for the Exploration of the Sea (ICES).

Een succesvol marien beheer is ook afhankelijk van beleid dat in andere domeinen wordt gevoerd. Zo is het reduceren van de nog steeds groeiende uitstoot van broeikasgassen cruciaal om de negatieve effecten van klimaatverandering op het mariene milieu een halt toe te roepen. De problematiek van overmatige toevoer van nutriënten via rivieren kan niet worden opgelost zonder goede afstemming met het stikstofbeleid aan land, en dus ook met het landbouwbeleid. Verder is ook het Gemeenschappelijk Visserijbeleid van groot belang, niet enkel voor het duurzaam beheer van commercieel geëxploiteerde soorten (vissen, schaal- en schelpdieren) maar ook voor het vrijwaren van de zeebodem van bodemberoerende visserij.

Daarnaast speelt de publieke sector een cruciale rol: beleidsmakers, wetenschappers, bedrijven en burgers worden aangemoedigd om bij te dragen aan de bescherming van onze Noordzee. Initiatieven zoals publiek-private samenwerkingen en educatieve campagnes zullen een steeds belangrijkere rol spelen in het verhogen van het milieubewustzijn.

Voor meer informatie en het volledige rapport, bezoek de Belgische KRMS-website.

 

De dienst Marien Milieu (Directoraat-Generaal Leefmilieu) van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu coördineert de uitvoering van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie voor België. Het Instituut voor Natuurwetenschappen (wetenschappelijke dienst BMM) is verantwoordelijk voor de coördinatie van de monitoring en de beoordeling van de toestand, en werkt daarvoor nauw samen met verschillende overheidsdiensten en onderzoeksinstellingen: het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Onder meer de Dienst Continentaal Plat van de Federale Overheidsdienst Economie en de Onderzoeksgroep Mariene Biologie van de Universiteit Gent leverden ook gegevens voor de beoordeling aan.

Mariene strategie voor onze Noordzee: resultaten van de openbare raadpleging

Van 1 oktober tot en met 29 november 2024 heeft de FOD Volksgezondheid een openbare raadpleging gehouden over de ‘Mariene Strategie voor de Belgische mariene wateren – deel 1’.

De Kaderrichtlijn Mariene Strategie verplicht elke Europese lidstaat om een mariene strategie op te stellen voor de bescherming, het behoud en het herstel van het mariene milieu. Het doel is om een goede milieutoestand te bereiken en een duurzaam gebruik van de mariene wateren te garanderen.

De ‘Mariene Strategie voor de Belgische wateren – deel 1’ geeft een overzicht van de huidige staat van het mariene ecosysteem in onze wateren en beschrijft de herziening van de definitie van de goede milieutoestand en de gerelateerde milieudoelen.

Resultaten raadpleging

In totaal werden 146 opmerkingen ontvangen. Deze kwamen van 5 bedrijven, 3 burgers, 2 overheidsinstellingen, een belangenvereniging en een coalitie van ngo’s. Twee indieners wensten anoniem te blijven.

Na afloop van de raadpleging werden de opmerkingen en voorstellen bestudeerd. Tekstuele verbeteringen werden aangebracht om het rapport nauwkeuriger te maken. Inhoudelijke opmerkingen werden overgenomen voor zover deze als relevant werden beschouwden.

Het aangepaste rapport werd op 11 februari 2025 aan de Europese Commissie overgemaakt.

De resultaten van de raadpleging en het definitieve rapport zijn beschikbaar op www.consult-leefmilieu.

 

DG Leefmilieu coördineert de uitvoering van de KRMS voor België. De wetenschappelijke dienst BMM van het Instituut voor Natuurwetenschappen is verantwoordelijk voor de coördinatie van de monitoring en de beoordeling van de toestand. Dit proces gebeurt in samenwerking met verschillende partners.

Dolfijn duikt op in Schelde, maar overleeft het niet

Begin maart vond een voorbijganger aan de Scheldekaai in Burcht een aangespoelde dode dolfijn. De persaandacht voor deze uitzonderlijke vondst bracht een nog opmerkelijker gegeven aan het licht: eind januari had een veerman verder stroomopwaarts in de Schelde een levende dolfijn gefilmd.

Gewone dolfijn, Burcht, 7 maart 2025 (© René Maes)

Het was vreemd opkijken voor Kobe Vercruyssen wanneer hij op 7 maart 2025 langs de Schelde in Burcht een dode dolfijn aantrof. Het dier lag op ongeveer vijftien meter van de kaaimuur, en dreigde met het opkomende tij terug de rivier in te drijven. Het nieuws verspreidde zich snel via sociale media. Het kadaver werd door Kobe en de intussen toegesnelde René Maes met een touw aan de kaaimuur vastgemaakt, zodat het niet verloren zou gaan.

Na melding aan verschillende instanties kwam het opvangcentrum ‘Wilde Dieren in Nood/Vogelopvangcentrum Brasschaat-Kapellen’ (VOC) ter plaatse om de dolfijn op te halen. De brandweer van Antwerpen moest eraan te pas komen om het dier uit het water te halen, waarna het VOC de dolfijn voor verder onderzoek naar de loods van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in Kalmthout bracht.

Identificatie en doodsoorzaak

Bij de analyse door medewerkers van het ANB en de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt Antwerpen Noord & Kempen, in overleg met het Instituut voor Natuur-wetenschappen, werd vastgesteld dat het dier een jong vrouwtje was met een lengte van 166 cm en een geschat gewicht van 70 à 80 kg. De huid was grotendeels verdwenen, waardoor het moeilijk was om te bepalen om welke soort het ging. Het gebit past het best bij een gewone dolfijn (Delphinus delphis), maar een gestreepte dolfijn (Stenella coeruleoalba) kon niet worden uitgesloten.

Gewone dolfijn, Burcht, 7 maart 2025 (© René Maes)

Omdat het kadaver al in verregaande staat van ontbinding was, kon geen exacte doodsoorzaak worden vastgesteld. Het werd uiteindelijk voor vernietiging afgevoerd.

De vondst en berging van de dolfijn van Burcht was een staaltje van snelle en efficiënte samenwerking tussen burgers en verschillende organisaties, waaronder Natuurpunt Waasland, Wilde Dieren in Nood/Vogelopvangcentrum Brasschaat-Kapellen, het Agentschap voor Natuur en Bos, het Instituut voor Natuurwetenschappen en de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt Antwerpen Noord & Kempen. Ondanks de trieste omstandigheden bood deze gebeurtenis een unieke kans om een zeldzaam zeezoogdier van dichtbij te bestuderen” zegt Johan Neegers van de genoemde zoogdierenwerkgroep.

Gewone dolfijn, Kalmthout, 8 maart 2025 (© Geert Steel)

Een verrassende wending

De persaandacht die volgde bracht een zo mogelijk nog vreemder gegeven aan het licht. De vondst van de dode dolfijn in Burcht herinnerde veerman Nils Verbeeck aan een bijzondere ontmoeting een maand tevoren op de Schelde, een heel eind stroomopwaarts van Burcht. Hij nam contact op met het Instituut voor Natuurwetenschappen.

Nils bleek op 31 januari 2025 in Hamme niets minder dan een levende dolfijn te hebben gezien. Het filmpje dat hij van het dier had gemaakt, toonde dat ontegensprekelijk aan. Uit de beelden kon worden opgemaakt dat het om een gewone dolfijn ging. Het is erg waarschijnlijk dat dit hetzelfde dier was dat 35 dagen later dood werd aangetroffen in Burcht.

Gewone – en gestreepte – dolfijnen zijn niet aangepast aan een leven in rivieren. Het zijn soorten met een pelagische leefwijze. Dat betekent dat ze de open zee verkiezen en doorgaans ver van kusten verwijderd blijven. Aanvankelijk werd dan ook vermoed dat het dode dier van Burcht door de getijden de Schelde was binnengedreven, maar dit moest op basis van de waarneming in Hamme worden bijgesteld. Waarom deze dolfijn zo ver de Schelde opzwom, is niet bekend. Dat ze haar bezoek aan de rivier niet overleefde, is geen verrassing.

Gewone dolfijn, Hamme, 31 januari 2025 (© Nils Verbeeck)

Zeldzame verschijning

Jan Haelters van het Instituut voor Natuurwetenschappen duidt hoe bijzonder de vondst is: “Na de tuimelaar en de witsnuitdolfijn is de gewone dolfijn de meest te verwachten dolfijnensoort voor de Belgische kust. Toch blijft het hier een zeldzame verschijning. In de voorbije tien jaar zijn voor ons land slechts enkele waarnemingen van levende gewone dolfijnen bekend, met daarnaast nog een handvol waarbij de identiteit niet met zekerheid kon worden achterhaald.”

Ook strandingen van gewone dolfijnen zijn zeldzaam in België. Op 22 december 2023 spoelde een recent gestorven en dus makkelijk herkenbaar individu aan in Oostende, maar de overige recente dolfijnen die mogelijk tot deze soort behoorden (telkens één in 2016, 2019 en 2020, en nog twee in 2023) waren te ontbonden om ze met zekerheid aan deze soort toe te wijzen. De gewone dolfijn van Burcht en Hamme is niet de eerste die in de Schelde werd waargenomen, maar voor zover bekend wel degene die het verst de rivier opzwom. In het Nederlandse deel van de Schelde werd nabij ‘s-Gravenpolder een gewone dolfijn waargenomen van eind juli tot begin september 2002. Dit dier werd op 8 april 2003 dood teruggevonden in Saeftinghe.

De gestreepte dolfijn is in Belgische wateren nog zeldzamer. Deze soort werd hier maar twee keer met zekerheid gedocumenteerd: een stranding van een dood dier in 1981 en een waarneming van een levend dier van 15 tot 19 mei 2009. Deze laatste zwom nota bene ook in de Schelde (Doel en Verrebroek), overleefde dit eveneens niet en werd op 21 mei van dat jaar dood teruggevonden.

Kobe Vercruyssen, René Maes en Lenn Gommers stellen het kadaver van de gewone dolfijn veilig. Burcht, 7 maart 2025 (© Arlette Strubbe)
Gewone dolfijn klaar om vanuit Burcht naar Kalmthout te worden getransporteerd, 7 maart 2025 (© Dafne Van Mieghem)

 

Alle betrokken personen en instanties worden bedankt voor de vlotte samenwerking en informatie-doorstroming. Boswachters Bram Vereecken en Lucas Bergmans van het Agentschap Natuur en Bos zorgden respectievelijk voor de snelle interne melding van de dolfijn en de algemene coördinatie van de berging en opmeting van het kadaver. Wilde Dieren in Nood/ Vogelopvangcentrum Brasschaat-Kapellen zorgde voor het transport naar de ANB-loods in Kalmthout.

Bijkomende dank gaat naar Johan Neegers (Zoogdierenwerkgroep Natuurpunt Antwerpen Noord & Kempen), René Maes (Natuurpunt Waasland), Jan Haelters (Instituut voor Natuurwetenschappen) en Jaap van der Hiele (Stichting ReddingsTeam Zeedieren, Nederland) voor hun medewerking aan de tekst, en naar Nils Verbeeck (Boottochten Jan Plezier), René Maes, Arlette Strubbe (Natuurpunt Waasland), Dafne Van Mieghem (Wilde Dieren in Nood/VOC Brasschaat-Kapellen) en Geert Steel (Zoogdierenwerkgroep Natuurpunt Antwerpen Noord & Kempen) voor het ter beschikking stellen van de afbeeldingen.

9th EMB Forum on ‘Addressing coastal and water resilience on the land-sea interface’

On Wednesday 2 April 2025, the European Marine Board (EMB) will host its 9th Forum on ‘Addressing coastal and water resilience on the land-sea interface’.

EMB’s open Fora provide an opportunity to bring together the marine science and policy communities to jointly discuss important issues.

The 9th EMB Forum will discuss ‘Addressing coastal and water resilience on the land-sea interface’. This one day event will consider aspects such as policy and governance for the land-sea interface, pollution crossing the land-sea interface, and coastal adaptation and livability on the land-sea interface.

A draft agenda for this event can be found here. Please note that some speakers are still TBC and will be confirmed in due course.

Registration for this event is open for both in person and online attendance. You can register herePlease note that in-person registration will close on Tuesday 25 March.

If you have any qustions about the event or your participation, please contact info@marineboard.eu

This event is being co-hosted by the Institute of Natural Sciences. This event is endorsed as being in support of the UN Decade of Ocean Science for Sustainable Development. It is also a recognised action in support of the EU Mission: Restore our Ocean and Waters.

 

The Belgian Federal State is represented in the EMB by the Belgian Science Policy Office (BELSPO) and in the EMB Communication Panel by the Institute of Natural Sciences.

Bruinvissen mijden scheepvaart

Het toenemende geluid van schepen die de Noordzee doorkruisen, verandert het mariene milieu. Een nieuwe grootschalige studie waarin luchtobservaties van zeezoogdieren en scheepvaartgegevens werden geanalyseerd, heeft aangetoond dat bruinvissen gebieden met veel scheepvaart vermijden. Dit kan hun voedingspatroon en hun sociale gedrag verstoren.

Bruinvissen, Zeebrugge, 15 augustus 2024 (© Filip De Ruwe)

Onderzoekers combineerden luchtobservaties van zeezoogdieren met gegevens uit het Automatisch Identificatiesysteem (AIS) van vaartuigen om de invloed van  scheepvaart op de verspreiding van bruinvissen (Phocoena phocoena) in kaart te brengen. De intensiteit van de scheepvaart werd als maatstaf gebruikt voor de intensiteit van het geluid. Geluid onder water kan bruinvissen storen en hun leefgebied minder geschikt maken.

Tussen 2015 en 2022 registreerden onderzoekers in België en de ons omringende landen 6.511 groepen bruinvissen. De studie vergeleek verschillende variabelen, zoals scheepslawaai, de nabijheid van schepen en de frequentie van scheepspassages, om te bepalen welke factor het best verklaarde waarom bruinvissen er voorkwamen, of niet voorkwamen. Het internationale onderzoeksteam werd geleid door Rémi Pigeault van het Institute for Terrestrial and Aquatic Wildlife Research (ITAW) van de Universiteit voor Diergeneeskunde in Hannover (Duitsland), met een bijdrage van Jan Haelters van het Instituut voor Natuurwetenschappen.

De resultaten tonen een verband aan tussen een hoge scheepsdichtheid en een verminderde aanwezigheid van bruinvissen. Hoe verder van de scheepvaartroutes, hoe minder bruinvissen beïnvloed werden, maar het effect bleef merkbaar tot op 9 kilometer afstand. De studie, gepubliceerd in Marine Pollution Bulletin in november 2024, bevestigt de toenemende impact van onderwatergeluid op mariene ecosystemen.

De impact van maritiem verkeer

De Noordzee is een van de drukste maritieme regio’s ter wereld, en het scheepvaartverkeer zal er naar verwachting nog toenemen door de uitbreiding van offshore industrieën, zoals windparken en olie- en gasinstallaties. Scheepvaart veroorzaakt onderwatergeluid dat over grote afstanden reist en het leven in zee beïnvloedt.

Bruinvissen vertrouwen op echolocatie om te jagen, te navigeren en te communiceren met soortgenoten, en hun extreem gevoelige gehoor maakt hen kwetsbaar voor geluidsoverlast. Eerdere studies hebben aangetoond dat harde scheepsgeluiden vermijdingsgedrag veroorzaken bij bruinvissen, zoals snelle duikbewegingen, verhoogde zweminspanningen en onderbroken foerageergedrag.

Uit de resultaten bleek dat modellen die rekening hielden met echte scheepsbewegingen beter voorspelden waar bruinvissen zich bevonden dan modellen die alleen gebaseerd waren op theoretische geluidsniveaus. “De ‘gedwongen’ verplaatsingen van bruinvissen door scheepvaart kan hen beperken in hun mogelijkheden om voedsel te zoeken” legt Jan Haelters uit.

Gevolgen voor natuurbehoud en beleid

De studie benadrukt de noodzaak om na te denken over de impact van scheepvaart op het mariene leven, en waar mogelijk maatregelen te nemen. Zoals Rémi Pigeault aangeeft: “Met de toenemende scheepvaart en de groei van offshore industrieën is het essentieel om maatregelen te implementeren die geluidsoverlast minimaliseren en belangrijke leefgebieden van bruinvissen beschermen, voordat de verstoring onomkeerbaar wordt.

Een mogelijke oplossing is de aanwijzing van mariene beschermde gebieden waar scheepvaartbewegingen worden beperkt om kwetsbare soorten te beschermen. Een andere benadering is de ontwikkeling van technologieën die minder geluidsoverlast onder water veroorzaken. Seizoensgebonden beperkingen op scheepvaart of andere menselijke activiteiten die veel lawaai veroorzaken in cruciale voedings- en voortplantingsgebieden van bruinvissen kunnen eveneens een effectieve maatregel zijn.

Het onderzoek biedt waardevolle inzichten die kunnen bijdragen aan een duurzame planning van activiteiten op zee, zodat bruinvissen en andere mariene soorten in de Noordzee kunnen blijven gedijen.

Onderzoekstrajecten voor zeezoogdieren in de Noordzee tussen maart 2015 en maart 2022 (rode lijnen) en de gemiddelde scheepsdichtheid in 2022 (zie schaal). De oranje lijnen geven de grenzen van het onderzoeksgebied aan.

Eerste levende gewone vinvis in Belgische wateren

Op maandag 17 februari werd bij het C-Power windpark in de Belgische wateren een gewone vinvis gezien. Dit betreft de eerste door beelden bevestigde waarneming van een levend individu van deze soort in België in recente tijden.

Het was ongetwijfeld schrikken toen een medewerker van het C-Power windpark op maandag 17 februari een grote walvisachtige opmerkte in het windpark, op een afstand van enkele tientallen kilometers van de Belgische kust. Het dier kon worden gefilmd en de beelden werden overgemaakt aan het Instituut voor Natuurwetenschappen dat de opvolging van de effecten van offshore windparken op het mariene milieu coördineert. De beelden lieten toe het dier te identificeren als een gewone vinvis (Balaenoptera physalus), een mager lijkend individu.

Gewone vinvis in C-Power windpark op 17 februari 2025 (© C-Power)

Hoe zeldzaam?

Alle vinvissen die tot nu toe in België werden gezien, en waarvan bevestigd werd dat het gewone vinvissen waren, betroffen dode exemplaren. Een waarneming van de gewone vinvis bij het C-Power windpark is dus heel uitzonderlijk. Het gaat om het eerste door beelden bevestigde geval van een levend individu in de Belgische wateren.

In de 20e eeuw werden aan de Belgische kust drie strandingen van gewone vinvissen geregistreerd. Sterk ontbonden exemplaren spoelden aan in 1939 en 1978, gevolgd door de strandingen van een een recent overleden dier in november 1997 (Oostende). Van een aangespoeld stuk huid met keelgroeven in september 1994 (eveneens in Oostende) kan niet met zekerheid worden beweerd dat het van een gewone vinvis afkomstig was.

Hoewel uit de 21e eeuw zes Belgische gevallen bekend zijn betrof het ook dan steeds dode dieren. Vier keer ging het om aangevaren vinvissen op de bulb van grote schepen. De eerste werd enkel op zee waargenomen (7 juni 2004), de overige drie werden aangetroffen bij het binnenlopen van de schepen in havens (22 september 2009 Antwerpen, 9 november 2015 Gent, 29 augustus 2023 Antwerpen).

Een kadaver dat op 24 oktober 2018 werd waargenomen op zee spoelde op 25 oktober gecontroleerd aan in De Haan, en op 30 september 2022 dreef een dood dier langs de Belgische kust om op 2 oktober aan te spoelen in het Nederlandse Westkapelle.

Een oceaanreus met asymmetrische kleuring

Met een lengte van maximaal 27 meter is de gewone vinvis de op een na grootste walvisachtige en daarmee ook de op een na grootste diersoort op aarde. Alleen de blauwe vinvis is groter. De gewone vinvis is bruinachtig grijs op de rugzijde en wit op de buikzijde. Opvallend is de asymmetrische kleuring van de kop. De linkeronderkaak is donker, terwijl de rechteronderkaak een witte of lichtgrijze kleur heeft. Op de beelden van het dier waargenomen in het C-Power windpark is de witte rechteronderkaak net zichtbaar.

Net als veel andere grote vinvissen is de gewone vinvis een kosmopolitische soort. Dit betekent dat hij voorkomt in alle grote oceanen en in wateren van de polen tot de tropen. De soort voedt zich met krill, scholen vissen en pijlinktvissen. In de ondiepe Noordzee heeft de soort niet veel te zoeken. Hoewel gewone vinvissen doorgaans in het zomerseizoen noordelijke voedselgebieden bezoeken en in het winterseizoen naar zuidelijke voorplantingsgebieden trekken, is het algemene migratiepatroon in de Atlantische Oceaan niet goed begrepen. Bovendien blijven sommige gewone vinvissen het hele jaar door op de hogere breedtegraden.

Toename van Belgische gevallen

De populatie gewone vinvissen in het Noord-Atlantische gebied herstelt langzaam van het historische dieptepunt dat de walvisjacht veroorzaakte. Enkel Japan, Noorwegen en IJsland staan de walvisjacht nog toe. Een groter aantal vinvissen in de diepere Atlantische wateren vergroot de kans op een verdwaald exemplaar in de ondiepe Noordzee.

Daarnaast draagt de stijging van het aantal schepen op zee bij aan een stijgend aantal incidenten met grote zeezoogdieren. Een aanzienlijk deel van de gewone vinvissen die bij ons terecht kwamen waren gestorven als gevolg van aanvaringen met grote schepen, ongetwijfeld buiten de Belgische wateren.

Tot slot nam de meldingskans van bijzondere mariene fauna – dood of levend – in de voorbije decennia sterk toe door een groter aantal mensen op zee en het gemak waarop waarnemingen, foto’s en filmpjes nu kunnen gedeeld worden.

Gewone vinvis in C-Power windpark op 17 februari 2025 (© C-Power)

Drie publicaties van de European Marine Board uit 2024

In juni 2024 publiceerde de European Marine Board (EMB) haar Future Science Brief nr. 11 ‘Marine habitat mapping’ tijdens een ‘Brown bag lunch’-evenement georganiseerd door DG Environment in Brussel. Dit document belicht huidige methoden en toekomstige trends in het verkrijgen van gegevens van de zeebodem en de waterkolom, bespreekt het combineren van gegevens om kaarten te produceren met behulp van modelleringsbenaderingen en presenteert aanbevelingen voor het aannemen van geschikte habitatclassificatieschema’s. Het biedt ook een overzicht van wat er in kaart is gebracht binnen de Europese zeebekkens, benadrukt de noodzaak om de kwaliteit en resolutie van mariene habitatkaarten te verbeteren, identificeert kritieke hiaten in habitattypen en geografische omvang en beschrijft de noodzaak om de beoordeling en communicatie van onzekerheid en vertrouwen in kaarten te verbeteren.

In oktober 2024 lanceerde EMB haar vlaggenschippublicatie Navigating the Future VI “Placing the Ocean within the wider Earth system” tijdens een speciaal evenement in Brussel. Dit document onderzoekt de cruciale rol van de oceaan in relatie tot het wereldwijde klimaat, biodiversiteit, zoet water en mensen, en biedt strategische richting met betrekking tot de toekomst van marien onderzoek en beleid. U kunt hier een opname van het evenement herbekijken en hier toegang krijgen tot de EMB-presentatie.

In december 2024 publiceerde EMB zijn beleidsnota nr. 12 ‘Requirements for Coastal Resilience in Europe‘. Deze beleidsnota presenteert belangrijke beleids-, wetenschappelijke en maatschappelijke aanbevelingen voor het opbouwen van kustweerbaarheid en het verbeteren van de capaciteit om met de gevolgen van kustdruk om te gaan, en vat de belangrijkste boodschappen en aanbevelingen samen uit EMB Position Paper No. 27 ‘Building Coastal Resilience in Europe’. De aanbevelingen uit dit document worden verder besproken op het 9e EMB-forum over ‘Addressing coastal and water resilience on the land-sea interface‘ dat op 2 april 2025 wordt georganiseerd in het Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel.

De manier waarop EMB-publicaties en hun hoogwaardige aanbevelingen voor wetenschap en beleid bijdragen aan de Ocean Decade en de uitdagingen die daarbij horen, worden in elk afzonderlijk document belicht.

Meer EMB-publicaties zijn hier te vinden.

De Belgische Federale Staat wordt in de EMB vertegenwoordigd door het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO) en in het EMB Communication Panel door het Instituut voor Natuurwetenschappen.

Publieke raadpleging: aanvragen concessie voor zand- en grindwinning

TV Zeezand Exploitatie, Dranaco NV, Charles Kesteleyn NV en Satic NV hebben op 13 december 2024 een aanvraag ingediend voor een verlenging en/of uitbreiding van hun concessie voor zand- en grindwinning op het Belgisch Continentaal Plat. De exploitatie van zand en grind is onderworpen aan een milieueffectenbeoordelingsprocedure. De concessieaanvragen en het milieueffectbeoordelingsrapport, inclusief ontwerp van passende beoordeling, worden hieronder voorgelegd.

© Instituut voor Natuurwetenschappen/K. Moreau

Aanvragen

Milieueffectbeoordelingsrapport

Bijkomende informatie

Studiedag zeezand 2021

Studiedag zeezand 2024

Workshops

Resultaten van de raadplegingen

 

De inzageperiode van de raadpleging loopt van 31 januari t.e.m. 2 maart 2025.

Iedere belanghebbende kan zijn standpunten, opmerkingen en bezwaren tot en met 17 maart 2025 per brief of per email overmaken aan de BMM.

BMM
T.a.v. Dhr. Patrick Roose
Vautierstraat 29
1000 Brussel

bmm@naturalsciences.be

northseabelgium.be bundelt nieuws over Belgisch Noordzeebeleid

Wie begaan is met het duurzame beheer van het Belgische deel van de Noordzee of op de hoogte wil blijven van het Noordzeebeleid kan voortaan terecht op northseabelgium.be. De website vat de recentste ontwikkelingen van het beleid en wetenschappelijk onderzoek samen, en is een initiatief van de Minister van Noordzee en de federale overheidsdiensten die actief zijn in en rond onze elfde provincie.

Met een oppervlakte van 3452 km² en een kustlijn van 67 kilometer is het Belgische deel van de Noordzee een klein zeegebied, maar één met grote ambities. Het is onze elfde provincie en essentieel voor de toekomst van ons land. België is onder meer pionier met het marien ruimtelijk plan en met de inspanningen om duurzame energie te winnen op zee en om de milieu-impact van de scheepvaart te verminderen. Bovendien werkt het actief aan het integreren van kansen voor natuurherstel en -ontwikkeling binnen alle menselijke activiteiten op zee. We hebben veel om trots op te zijn, en mogen ons een terechte Blue Leader noemen.

Bij het ontwikkelen van het Belgische Noordzeebeleid zijn verschillende federale overheidsdiensten en hun diverse partners betrokken. Elk berichten ze over hun activiteiten en realisaties via de eigen websites en andere communicatiekanalen, waarbij het overzicht voor geïnteresseerden en betrokkenen vaak zoek is.

Op initiatief van en in samenwerking met de Minister van Noordzee ontwikkelden de Wetenschappelijke Dienst ‘Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM, Instituut voor Natuurwetenschappen), de Dienst Marien Milieu (Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) en het Directoraat-Generaal Scheepvaart (Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer) de gemeenschappelijke website northseabelgium.be. Deze website informeert op een overzichtelijke manier over het Belgische Noordzeebeleid en wetenschappelijk onderzoek, en over de diensten en activiteiten van de betrokken diensten.

Drie blauwe thema’s

Het nieuws en de diensten en activiteiten zijn in drie thema’s ondergebracht: Blauwe NatuurBlauwe Scheepvaart en Blauwe Economie.

Blauwe Natuur – Onze Belgische Noordzee herbergt het grootste natuurgebied van ons land, een levendige en rijke diversiteit aan dier- en plantensoorten, en het unieke onderwaterlandschap van de Vlaamse Banken. Het duurzame beheer en de bescherming van de blauwe natuur in zee is essentieel voor de welvaart en het welzijn van zowel de huidige als de toekomstige generaties. We zetten ons ten volle in voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de blauwe natuur, en dit zowel op nationaal, Europees en internationaal vlak. Aandacht gaat daarbij zowel naar de natuur in beschermde gebieden als binnen de concessiezones voor diverse menselijke activiteiten.

Blauwe Scheepvaart – Het Belgische deel van de Noordzee ligt op de aanlooproute naar onze eigen én buitenlandse zeehavens en is daardoor één van de drukst bevaren zeegebieden ter wereld. Binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) nemen we een ambitieuze positie in met betrekking tot het beperken van de uitstoot van de scheepvaart. Blauwe scheepvaart staat echter voor veel meer, zo werken we onder meer ook rond afvalbeheer, essentiële middelen aan boord, het welzijn en de arbeidsvoorwaarden van zeevarenden, veiligheid op zee, maritieme beveiliging, regelgeving voor werkboten en visserij, en de verduurzaming van de visserij. Ook de pleziervaart krijgt de nodige aandacht.

Blauwe Economie – Energieproductie, visserij, aquacultuur, zand- en grindwinning, het storten van baggerspecie, … de Belgische Noordzee kent naast natuurbehoud en scheepvaart nog vele andere functies en gebruikers. In het marien ruimtelijk plan 2020-2026 wordt bepaald welke activiteiten op welke plaats veilig en met respect voor de natuur kunnen worden ontwikkeld en onder welke voorwaarden, en waar activiteiten kunnen worden gecombineerd. Ook de bescherming van onderwatererfgoed (bijvoorbeeld scheepswrakken) en de installatie van diverse meetinfrastructuur (boeien, meetpalen, radars) krijgen aandacht, militaire oefengebieden worden voorzien, en het beheer en de opruiming van de munitiestortplaats Paardenmarkt wordt onderzocht.

Noordzee: kleine zee, grote ambities

De lancering van northseabelgium.be benadrukt de kracht van samenwerking tussen diverse federale Noordzeediensten en vormt een belangrijke stap in het versterken van het publieke bewustzijn rond het Belgische Noordzeebeleid. Het platform is een uitnodiging aan iedereen – van beleidsmakers tot burgers, van bedrijven tot wetenschappers – om deel uit te maken van de duurzame toekomst van onze Noordzee. Daarnaast worden ook digitale informatiepakketten aangeboden voor leerlingen uit de middelbare scholen, om jongeren bewust te maken van het belang van onze Noordzee. Bezoek de website en ontdek hoe we samen bouwen aan een evenwichtige, innovatieve en duurzame toekomst voor onze elfde provincie.

Minister van Noordzee Paul Van Tigchelt: “Onze Noordzee is een onschatbare bron van natuur, energie en innovatie. België loopt wereldwijd aan de kop op het gebied van natuurbescherming, blauwe scheepvaart en de blauwe economie. Dit succes is te danken aan een nauwe samenwerking en informatiedeling tussen de diensten die betrokken zijn bij het Noordzeebeleid, wat onontbeerlijk is voor het behalen van onze ambitieuze doelen. Met northseabelgium.be zetten we een belangrijke stap in het versterken van transparantie en samenwerking, en tonen we onze leiderschapsrol in de duurzame ontwikkeling van de Noordzee.”