Plasticvervuiling in Belgische Noordzee: geen alarmerende hoeveelheden microplastics in vis en schaaldieren, kunststofvezels alomtegenwoordig en hotspot nabij Zeebrugge

Ruim drie kwart van alle afval in de Belgische Noordzee bestaat uit macroplastics (grotere partikels plastic afval), en dat is vooral in de kuststrook een belangrijke bron van vervuiling. Kunststofvezels, grotendeels afkomstig van ‘spekking’  uit de sleepnetvisserij, zijn echter overal te vinden, ook verder uit de kust. Ook de kleinere plastic bolletjes of microplastics van >50 µm (één twintigste van een mm) blijken veel vaker op te duiken langs de kuststrook en in havens dan verder op zee. Dat blijkt allemaal uit een eerste systematische monitoringsstudie in de Belgische Noordzee. Via het onderzoeksproject MarinePlastics beschikt de wetenschap nu over de nodige input om een macro- en microplastics monitoringsplan op te zetten voor het Belgisch deel van de Noordzee, een Europese verplichting.

Op de visgronden waar Belgische vissers actief zijn, hebben de onderzoekers ook commerciële vissoorten en schaaldieren onderzocht op microplastics. Daar zijn de aantallen erg laag tot afwezig. Zo duiken er slechts in 5 van de 42 onderzochte visfilets een paar microplastic deeltjes op: 2 à 6 deeltjes per 100 g visfilet. Op basis van deze studie noemen de onderzoekers de vis en schaaldieren van Belgische visserij op dit moment alvast een veilige voedingsbron wat betreft microplasticvervuiling.

In de vangst van Belgische vissers vindt men naast mariene organismen (vissen, schaaldieren etc.) ook allerhande plastics terug. © ILVO

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) hebben binnen het twee jaar durende onderzoeksproject MarinePlastics in kaart gebracht hoeveel en welke types plastic voorkomen op de Belgische visgronden. Het gaat zowel om grotere stukken afval (macroplastics groter dan 5 mm) als minuscule plasticdeeltjes (microplastics kleiner dan 5 mm). Dat onderzoek was niet vrijblijvend, maar een verplichting vanuit Europa, dat al sinds 2012 vraagt dat elke lidstaat cijfers verzamelt rond macroplastics op de zeebodem. Vanaf 2020 dient er ook data verzameld te worden rond microplastics in het sediment en in het water. Het project MarinePlastics onderzocht daarnaast ook in welke mate er microplastics aanwezig zijn in de commerciële vissoorten en schaaldieren uit onze visserijgebieden (Noordzee, Kanaal, Keltische Zee, Ierse Zee). De onderzoekers maakten het onderscheid tussen de plastic deeltjes in de vissenmaag (die mensen niet mee consumeren) en de visfilet (die we wel opeten).

Veilige Belgische vis

Uit dat onderzoek komen alvast geruststellende resultaten: er werd vastgesteld dat microplastics >50 µm (dit is een twintigste van een mm; vervuiling met nanoplastics, nog kleinere deeltjes dus, werd in dit project niet onderzocht) zich niet ophopen in commerciële vissen en schaaldieren die werden bemonsterd in visserijgebieden waar Belgische vissers actief zijn. In bijna alle vis- en schaaldierenmonsters (zowel eetbare als niet-eetbare delen) waren de aantallen microplastics zo laag dat de concentratie niet precies bepaald kon worden. In slechts 5 van de 42 visfilets werden 2-6 microplastic deeltjes per 100 g visfilet gevonden, wat niet alarmerend is. Het publiek mag dus worden geïnformeerd dat vis en schaaldieren van de Belgische visserij momenteel veilige producten zijn qua microplasticvervuiling.

Kunststofvezels in water uit de haven van Zeebrugge, gefilterd over een zeef van 100 μm (gefotografeerd door de microscoop). © KBIN/C. De Schrijver

Meer microplastics nabij havens en de kust

Nochtans zijn de concentraties microplastics in de zeebodem en in zeewater soms vrij hoog, zij het variabel. In deze studie was de concentratie microplastics in kustsedimenten (bij Zeebrugge) ongeveer negen keer hoger dan verder van de kust. In zeewater was het verschil nog spectaculairder: water uit de haven van Zeebrugge en nabij de kust bevatte respectievelijk 48 en 10 keer meer microplastics vergeleken met meer zeewaarts gelegen locaties. Momenteel bestaat er geen monitoringprogramma dat de evolutie van dit type vervuiling in België volgt. Om te voldoen aan de Europese verplichtingen moet dus een nationaal monitoringprogramma voor microplastics worden opgezet. De onderzoekers raden hiervoor ook aan om het transport van microplastics in het mariene milieu, mogelijke hotspots en het verband met de verspreiding van macroafval verder te (laten) onderzoeken.

Karien De Cauwer, onderzoeker KBIN: “Door deze studie hebben we een goed beeld van de mate van vervuiling met microplastics nabij de kust en verder zeewaarts. Op basis van een goede opsporingsmethodologie kan de evolutie opgevolgd worden volgens Europese normen. Dit zal toelaten om te evalueren of genomen maatregelen en acties effectief werken. Met meer kennis over locaties waar microplastics zich zouden kunnen opstapelen, kan er nog gerichter gemeten worden.”

Plastic vezels uit de visserij

Grote stukken afval – macroplastics – maken in aantallen 77 tot 88% uit van alle afval in zee. Daarbij is er één item dat blijkbaar overal te vinden is: kunststofvezels. De zeer lichte monofilamenten van ‘spekking’ – de mat van losse draden die de buik van een sleepnet moeten beschermen tegen schade – zijn het belangrijkste plastic item dat gelijkmatig over ons deel van de Noordzee wordt verspreid, ook verder uit de kust. Zwaardere plastics (zoals kratten, flessen en containers) vind je vooral in de buurt van de kust. Belangrijk detail: in het Nederlandse deel van de Noordzee is er meer vervuiling door plastic vezels dan in het Belgische deel. De onderzoekers vragen aan beleid en sector om het vinden en implementeren van een goed biologisch afbreekbaar alternatief voor spekking bovenaan de prioriteitenlijst te zetten. Vanzelfsprekend gaat het dan niet enkel over de Belgische visserijsector, maar dient er initiatief te worden genomen op de schaal van de volledige Noordzee of zelfs heel Europa.

‘Spekking’, de mat van losse draden die de buik van een sleepnet moeten beschermen tegen schade, is een belangrijke bron van kunststofvezels in het Belgisch deel van de Noordzee. © ILVO

Verspreidingsroutes van zwerfvuil?

Er mag dan wel een verband zijn tussen plastic vervuiling en visserij, een eenduidig oorzakelijk verband met visserij-intensiteit is er niet. Met andere woorden: het is niet zo dat het meeste afval wordt gevonden op plaatsen waar het meest intensief wordt gevist. Evenmin werd een direct verband gevonden met zandwinning of offshore windparken. Op één baggerstortplaats, nabij de haven van Zeebrugge, werd een hotspot van afval geïdentificeerd. Het blijft echter onduidelijk of dit het gevolg is van het storten zelf, of van stroming of andere drijvende krachten. Er is dus een gedetailleerd onderzoek nodig naar de hotspots van zwerfvuil op zee, waarbij de impact van verschillende bronnen wordt onderzocht en de transportprocessen van zwerfvuil worden gemodelleerd.

Bavo De Witte, onderzoeker ILVO: “In onze woelige Noordzee is het niet verwonderlijk dat stromingen een sterke invloed kunnen uitoefenen op plastic vervuiling. Via modellering moet het mogelijk zijn om nog meer te weten te komen over de herkomst van verschillende afvaltypes.”

 De volledige rapporten zijn te downloaden via:

Microplastics in seafood from Belgian fisheries areas – ILVO Vlaanderen

Distribution and sources of macrolitter on the seafloor of Belgian fisheries areas – ILVO Vlaanderen

Marine Plastics project synthesis and recommendations – ILVO Vlaanderen & KBIN

Het onderzoeksproject MarinePlastics werd gefinancierd door het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) en het Financierings-instrument voor de Vlaamse Visserij (FIVA).

Windparken als leveranciers van energie én mosselen

De kweek van mosselen in de Belgische offshore windparken is zowel op biologisch als op technisch vlak haalbaar, zo blijkt uit onderzoek dat onze wetenschappers en hun partners uitvoerden binnen het project Edulis. De economische haalbaarheid hangt af van het oplossen van technische uitdagingen.

Na twee jaar van experimenteren en onderzoek stellen wetenschappers en bedrijven de resultaten voor van het onderzoeksproject ‘Edulis: offshore mussel culture in wind farms, dat de mogelijkheden voor de mosselkweek bekeek in de offshore windparken op 30 tot 50 km van de Belgische kust. Edulis is een samenwerking tussen de Universiteit Gent, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), KBIN/OD Natuur en 5 private partners (Belwind, Brevisco, C-Power, Colruyt Group en DEME Group). Het ambitieuze proefproject wordt grotendeels gefinancierd door private financiering en gefaciliteerd door Vlaamse en Europese financiering.

Kwaliteitsmosselen

Het project heeft kunnen aantonen dat het zowel biologisch als technisch mogelijk is om mosselen te cultiveren in de Belgische offshore windparken, waardoor deze meer dan één doel tegelijk kunnen dienen. De experimenten leidden tot een smakelijke kwaliteitsmossel die goed gevuld is en voldoet aan alle voedselveiligheidsvoorschriften. De opbrengst is gelijkwaardig aan hangcultuur uit Nederland en Ierland, én de mosselen groeien sneller dan mosselen uit bodemcultuur (marktklare mosselen in 15 in plaats van 24 maanden).

Technische uitdagingen

Dé grote uitdaging is installaties ontwerpen die bestand zijn tegen de soms extreme Noordzee-omgeving. Investeren in robuuste, gemakkelijk te onderhouden en veilige systemen, inclusief vaartuigen, is volgens de onderzoekers een must, al zal dat de algemene productiekost omhoog stuwen. Daarnaast bleek dat de dimensionering en de organisatie van de windparken niet optimaal is voor voedselproductie, wat logisch is gezien ze daar niet voor zijn ontworpen. Ook de afstand tot de kust vormt een uitdaging voor technische, praktische en economische haalbaarheid. Bij het ontwerpen van toekomstige windparken dient hierop gelet te worden om beide activiteiten te kunnen combineren.

Economische haalbaarheid

“Edulis heeft ons een duidelijk beeld verschaft van de kosten en baten van mosselkweek in de Noordzee”, zegt Margriet Drouillon, Senior Business Developer Aquacultuur en Blue Life Sciences aan de Universiteit Gent. “Indien we werkelijk mosselkweek op commerciële schaal beogen, zullen we fors moeten inzetten op de ontwikkeling van kennis aangaande de economische haalbaarheid van mosselkweek in de windparken. Ook zullen we andere pistes verkennen voor meervoudig ruimtegebruik op zee, met de nodige aandacht voor duurzame productie.”

Drie bijkomende uitdagingen voor aquacultuur op de Noordzee

De Universiteit Gent en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) lanceerden in 2017 het project ‘Noordzee Aquacultuur’, met Edulis en Value@Sea als dochterprojecten. Ze sloegen hiervoor de handen in elkaar met hun partners KBIN/OD Natuur, Belwind, Brevisco, C-Power, Colruyt Group, DEME Group, Lobster Fish en Sioen Industries. Noordzee Aquacultuur pakte drie uitdagingen aan:

  • Innovatieve kweektechnieken voor schelpdieren en zeewier;
  • Efficiënt ruimtegebruik van de Belgische Noordzee;
  • De ontwikkeling van een markt voor nieuwe mariene streekproducten.

 

Meer info over Edulis:
Margriet Drouillon, UGent, 0484 13 95 39, margriet.drouillon@ugent.be

Lederschildpad opgevist en weer gelost

Op 28 oktober was het even schrikken voor de bemanning van het vissersschip O190 Renilde. Rond 19:30 troffen ze tussen Middelkerke en Oostende immers niets minder dan een Lederschildpad aan in hun netten! De bemanning reageerde snel en kon het nog levende dier weer naar zee laten terugkeren (zie video © Kevin Van Thomme/bemanning O190.

Zevende geval

De Lederschildpad is een uitgesproken soort van open en warme zeeën, waar ze vooral van kwallen leven. In kustgebieden laten ze zich doorgaans niet snel zien (tenzij om eieren te leggen, maar dat is bij ons uitgesloten). Jan Haelters van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen zorgt voor duiding: “In het Belgisch deel van de Noordzee is de Lederschildpad zeer zeldzaam: tot op heden kenden we slechts drie strandingen (1988, 1998 en 2000) en drie waarnemingen (2018 en 2 in 2019). Hoewel het lijstje dus slechts zeven exemplaren telt is er een toename merkbaar in de recente jaren.”

© Kevin Van Thomme/bemanning O190

Ook in Nederland

Opmerkelijk is dat er ook in Nederland recent enkele Lederschildpadden werden gezien: van 22 tot 24 september verbleef er eentje in de Oosterschelde, en op 7 en 11 oktober zwom er eentje langs de Noordzeekust van Scheveningen. Uit vergelijking van de vorm en grootte van littekens op de kop van de beide dieren, en van de ‘ribben’ op hun rugschilden, blijkt dat het in België en de Oosterschelde alvast om verschillende individuen ging. Het Oosterscheldedier spoelde op 3 november dood aan ter hoogte van het Deense Ballum (artikel tvs).

Vergelijking van de Lederschildpadkoppen uit België (rechts, (© Kevin Van Thomme) en de Oosterschelde (© Wageningen Marine Research)

Indrukwekkende Noctiluca (Zeevonk) bloei op de Noordzee

Op 15 augustus werden in de Belgische Noordzee ter hoogte van de Buitenratel zandbank opvallende oranje vlekken en slierten waargenomen, die als een mogelijke vervuiling aan de Kustwacht werden gemeld. Na controle door diverse diensten werd duidelijk dat het om een ongeziene bloei van de ééncellige planktonsoort ‘Zeevonk’ ging. Het warme en rustige weer van de voorbije dagen is wellicht een belangrijke verklarende factor. De rottende massa zou mogelijk tot zuurstoftekort en vissterfte kunnen leiden. Het is ook mogelijk dat resten ervan tijdens de volgende week op de Belgische stranden zullen aanspoelen.

Noctiluca-bloei Buitenratel zandbank, 15 augustus 2020, gedocumenteerd vanuit toezichtsvliegtuig KBIN (© KBIN/BMM)

In de ochtend van zaterdag 15 augustus kreeg de Belgische Kustwachtcentrale (MRCC – Maritime Rescue and Coordination Centre) een melding binnen van een opvallende oranjekleurige vlek op zee, met daarin enkele dode vogels. Een zeiler had deze opgemerkt ter hoogte van de ‘Buitenratel’, één van de zandbanken uit het complex van de Vlaamse Banken. Deze zandbank ligt zo’n 16 à 20 km in zee voor de Belgische Westkust, en nabij de grens met de Franse wateren. De opvallende melding deed bij de Kustwacht wenkbrauwen fronsen, omdat de gerapporteerde kleur niet overeenkwam met de typische kleuren van minerale olie, en omdat de dode vogels mogelijk wezen op een chemisch product. Een omvangrijke natuurlijke algenbloei was echter evenzeer mogelijk.

Controle ter land, ter zee en in de lucht

De Scheepvaartpolitie stuurde daarop een patrouille naar de Buitenratel. Deze vond de gerapporteerde vlek en nam enkele monsters. Dode vogels werden niet meer gespot. Ook een reddingshelikopter van de luchtmachtbasis van Koksijde vloog over het gebied, en het toezichtsvliegtuig van het KBIN (BMM, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) werd opgeroepen om de ruimere zeegebieden voor de Belgische kust te scannen op eventuele verdere vervuiling. Beide toestellen maakten beelden van de oranjeachtige, kilometerslange vlekken en slierten.

Noctiluc-bloei Buitenratel zandbank, 15 augustus 2020, gedocumenteerd vanuit NH90 helikopter (© Geronimo/Rodrigo Vissers)

Alle betrokken varende en vliegende eenheden kwamen tot hetzelfde besluit: het betrof wellicht een grote natuurlijke bloei, weliswaar op erg grote schaal. Het monster van de scheepvaartpolitie werd na binnenvaren naar het biologisch labo van het KBIN in Oostende gebracht waar men al snel kon bevestigen dat het wel degelijk om een Noctiluca-bloei ging.

Video: 2020_08_15 Noctiluca Buitenratel (c) Geronimo_Rodrigo Vissers NL

Zeevonk

De dinoflagellaat Noctiluca scintillans of Zeevonk is een relatief grote eencellige micro-alg (0,5 – 1 mm dus met het blote oog zichtbaar) die in de meeste zeeën van de wereld voorkomt en tot het plankton behoort. Het ziet eruit als een gelatineus bolletje met een staartje (flagel), waarmee voedsel wordt gevangen. Noctiluca vormt in hoge concentraties – we spreken van bloei – goed zichtbare oranjerode vlekken die in het voorjaar en de zomer kunnen optreden.  Bij beroering geeft Zeevonk een blauwachtig licht af dat in het duister zorgt voor sprookjesachtige effecten (het lichten van de zee). De bioluminescentie wordt veroorzaakt door luciferine, een pigment, en luciferase, een enzym, wanneer die in aanraking komen met zuurstof.

Stalen van Noctiluca¬ scintillans-bloei op de Buitenratel zandbank, 15 augustus 2020, staal genomen door Scheepvaartpolitie (© KBIN/Francis Kerckhof)
Microscoopbeeld van Noctiluca¬ scintillans-cellen uit de bloei op de Buitenratel zandbank, 15 augustus 2020, staal genomen door Scheepvaartpolitie (© KBIN/Francis Kerckhof)

Huidige omstandigheden

De hoge concentraties Zeevonk die nu waargenomen werden, zijn waarschijnlijk te wijten aan het erg warme en rustige weer van de afgelopen dagen. De bemonsterde Noctiluca was ook al deels aan het rotten, een proces dat zuurstof verbruikt en waarbij ammoniak vrijkomt. Hoewel het in essentie een onschadelijk organisme betreft, kan het massaal afsterven en rotten ervan dus lokaal leiden tot zuurstoftekort. Bij hogere temperaturen lost sowieso al minder zuurstof op in water, en de afwezigheid van sterke wind en golfslag maakt dat er ook weinig mixing optreedt die extra zuurstof in het water brengt. De resulterende lage zuurstofspanning kan leiden tot sterfte van vissen en andere waterorganismen, hoewel dit onder normale omstandigheden erg onwaarschijnlijk is in open zee.

Modelsimulaties door het KBIN, die rekening houden met stromingen, meteorologische omstandigheden en de fysische eigenschappen van de drijvende Noctiluca-vlekken, illustreren dat de restanten van deze vlekken tijdens de volgende week mogelijk zouden kunnen aanspoelen op de Belgische stranden.

De laatste decennia is er een relatieve toename van de dinoflagellatengemeenschap in het Belgische deel van de Noordzee. Deze stijging zou verband kunnen houden met de opwarming van het zeewater (+ 1,6 ° C in de afgelopen dertig jaar). Het is mogelijk dat Noctiluca scintillans ook een stijgende trend vertoont. Daarnaast kunnen ook bloeien verwacht worden van andere eencellige planktonorganismen waaronder enkele mogelijk gevaarlijke soorten.

Noctiluca-bloei Buitenratel zandbank, 15 augustus 2020, gedocumenteerd vanuit toezichtsvliegtuig KBIN (© KBIN/BMM)
Noctiluca-bloei Buitenratel zandbank, 15 augustus 2020, gedocumenteerd vanuit toezichtsvliegtuig KBIN (© KBIN/BMM)

Hoe kunnen mariene wetenschappers Big Data omarmen?

De mariene wetenschap gaat snel het digitale tijdperk in. Uitbreidingen in het bereik en de omvang van oceaanwaarnemingen, evenals geautomatiseerde bemonstering en ‘slimme sensoren’ leiden tot een continue stroom van gegevens. Dit leidt ertoe dat de mariene wetenschap de wereld van de big data betreedt, waar we te maken hebben met grote hoeveelheden gegevens van een grote verscheidenheid, die aan hoge snelheid worden verzameld. Big data bieden het potentieel om de manier waarop we de oceaan bestuderen en begrijpen om te vormen door middel van meer complexe en transdisciplinaire analyses, en bieden nieuwe benaderingen voor het beheer van het menselijk gebruik van mariene hulpbronnen. Meer data betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat we de juiste gegevens hebben om veel kritische wetenschappelijke vragen te beantwoorden en goed geïnformeerde, datagestuurde beheerbeslissingen te nemen. Om de waarde van grote mariene datasets te verhogen, moeten deze openlijk worden gedeeld, interoperabel zijn en beschikbaar zijn voor complexe analyses die gebaseerd kunnen zijn op kunstmatige intelligentie.

Future Science Brief over ‘Big Data in Marine Science’

In de 6e Future Science Brief van de European Marine Board (EMB) over ‘Big Data in Marine Science’ worden recente vorderingen, uitdagingen en mogelijkheden voor Big Data ter ondersteuning van de mariene wetenschap gepresenteerd en komen onderwerpen aan bod als klimaat- en mariene biogeochemie, het in kaart brengen van habitats ten behoeve van het behoud van de zee, mariene biologische waarnemingen en voedselvoorziening uit zeeën en de oceaan. Het document werd op 28 april 2020 gelanceerd tijdens een webinar met meer dan 400 deelnemers, en is het resultaat van de werkzaamheden van de EMB-werkgroep voor Big Data, die in mei 2019 van start ging. De Future Science Brief en bijhorende samenvattende infographics zijn beschikbaar op de EMB website, terwijl video-opnamen van de presentaties beschikbaar zijn op het EMB YouTube-kanaal.

Aanbevelingen

Tijdens het webinar presenteerde Sheila Heymans, uitvoerend directeur van EMB, een overzicht van het document en de belangrijkste aanbevelingen die nodig zijn om de mariene wetenschap volledig in de wereld van de Big Data te brengen. Het gaat onder meer om het open delen van gegevens, de interoperabiliteit van gegevens, de beschikbaarheid van cloud computing-infrastructuren, de verdere ontwikkeling van ‘slimme’ sensoren om de gegevensverzameling te verbeteren, gespecialiseerde opleidingsprogramma’s voor mariene wetenschappers om kunstmatige intelligentie in hun werk toe te passen en meer samenwerking tussen mariene wetenschappers, computerwetenschappers, datawetenschappers en databeheerders.

Gedetailleerde voorbeelden

Het webinar omvatte vier presentaties in TED-stijl door geselecteerde co-auteurs van het document. Jerry Tjiputra (NORCE Norwegian Research Centre) illustreerde hoe grote gegevens de klimaatmodellering en -voorspelling kunnen verbeteren die de wereldwijde klimaatonderhandelingen voeden en de doelstellingen van het Akkoord van Parijs helpen bereiken. Federica Foglini (Institute of Marine Science – Italian National Research Council) presenteerde hoe Big Data kunnen worden gebruikt om hoge resolutie, multidisciplinaire habitatkaarten te creëren voor de planning van een nieuw beschermd marien gebied in de Bari Canyon in Italië. Matthias Obst (Universiteit van Göteborg) demonstreerde hoe machines de manier waarop we biologische processen in de oceaan observeren drastisch veranderen, en Ketil Malde (Universiteit van Bergen en Institute of Marine Research) presenteerde de vooruitgang op het gebied van machinaal leren en de gegevensgestuurde toekomst van de mariene wetenschap.

EMB-forum over Big Data in de mariene wetenschap

Naar aanleiding van de COVID-19-pandemie is het 7e Forum uitgesteld tot vrijdag 23 oktober 2020. De focus van het forum zal liggen op Big Data in de mariene wetenschap, gezien de essentiële rol die dit speelt tijdens het VN-Decennium van de Oceaanwetenschap voor Duurzame Ontwikkeling. U wordt uitgenodigd om deel te nemen aan het gesprek en ideeën aan te dragen om het forum te voeden via de EMB LinkedIn pagina en Twitter (met behulp van #EMBForum). De registratie voor het 7e Forum zal binnenkort worden geopend op de EMB-website.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dr. Britt Alexander, Science Officer, European Marine Board Email: balexander@marineboard.eu

De European Marine Board (EMB) is een toonaangevende Europese denktank op het gebied van het mariene wetenschapsbeleid. EMB is een netwerk met meer dan 10.000 mariene wetenschappers en technisch personeel van de belangrijkste nationale marine/oceanografische instituten, onderzoeks-financieringsagentschappen en nationale netwerken van universiteiten uit landen in heel Europa. De Raad van Bestuur biedt een platform voor zijn ledenorganisaties om gemeenschappelijke prioriteiten te ontwikkelen, het mariene onderzoek te bevorderen en de kloof tussen wetenschap en beleid te overbruggen om toekomstige uitdagingen en kansen op het gebied van mariene wetenschap aan te gaan. De Belgische Federale Staat is in de EMB vertegenwoordigd door het Federaal Wetenschapsbeleid (BELSPO) en in het EMB-communicatiepanel door het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). De langetermijnopslag, wetenschappelijke verwerking en publicatie van Belgische mariene Big Data wordt bij KBIN verzorgd door het Belgian Marine Data Center (BMDC). Zowel KBIN-datasets als datasets van partners en projecten komen in aanmerking.

Studiedag “Zeezand in een 360°-perspectief”

Update 9 september 2020: Door corona is men helaas genoodzaakt om deze studiedag uit te stellen naar het najaar van 2021. We informeren u zo snel mogelijk over de nieuwe datum.

 

De dienst Continentaal Plat van de FOD Economie organiseert dit jaar opnieuw een studiedag over de zandwinning in het Belgische deel van de  Noordzee.

We verwelkomen jullie graag op vrijdag 20 november 2020 op onze studiedag “Een 360°-perspectief op zeezand” in het Zwin Natuur Park te Knokke-Heist.

De resultaten van de monitoring en enkele innovaties komen aan bod, alsook het nieuw referentieniveau voor zandwinning en de impact van het Marien Ruimtelijk Plan 2020-2026. In de namiddag worden recyclage van zeezand en mogelijke alternatieven onder de loep genomen. Afsluiten doen we met de toepassingen van zeezand in de industrie en in het kader van kustveiligheid.

Programma en inschrijvingen

Zeezoogdieren in België in 2019

Er is een nieuw rapport uit met informatie over strandingen en waarnemingen van zeezoogdieren in België in 2019. Ook enkele opmerkelijke vissen en de waarnemingen van zeeschildpadden in onze wateren komen aan bod. Verder bevat het rapport informatie over zeezoogdieren in tentoonstellingen en de opgraving van Potvis Valentijn in Koksijde.

Volkstoeloop voor een volwassen Grijze zeehond (Nieuwpoort, 29 december 2019) © Steven Mertens

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) staat sinds het begin van de jaren ‘90 in voor de coördinatie van het onderzoek naar de strandingen en de doodsoorzaak van zeezoogdieren in België. Ook informatie over waarnemingen op zee wordt verzameld. Met medewerking van SEALIFE Blankenberge en de Universiteiten van Luik en Gent heeft het KBIN, zoals elk jaar, de beschikbare gegevens samengebracht in een rapport.

Relatief weinig strandingen van bruinvissen

In 2019 spoelden 51 Bruinvissen aan: een laag aantal in vergelijking met de vorige jaren. Meer dan de helft van deze dieren was in verregaande staat van ontbinding, en vaak kon geen doodsoorzaak meer bepaald worden. Vier Bruinvissen waren door bijvangst om het leven gekomen, vier andere als gevolg van predatie door een Grijze zeehond. De geschatte dichtheid van Bruinvissen op zee in juni en augustus was ongeveer het gemiddelde van de voorbije jaren. De enige andere walvisachtige die gestrand aangetroffen werd, was een zeer ontbonden Gewone dolfijn.

Bruinvis (Raversijde, 9 april 2019) © KBIN/Jan Haelters

Zoals vorig jaar was een solitaire, sociale Tuimelaar maanden lang aanwezig in het gebied grenzend aan Franse wateren. Daarnaast werd twee keer een groepje Tuimelaars waargenomen. Meer uitzonderlijk waren de waarneming van een Bultrug en van een Dwergvinvis.

Meer zeehonden en vreemde gasten

De aanwezigheid van zeehonden aan onze kust zit nog steeds in de lift; in de haven van Nieuwpoort bevindt zich sinds kort een permanente rustplaats die vaak door meer dan 10 Gewone zeehonden gebruikt wordt. Ook Grijze zeehonden lijken algemener te worden. Dat vertaalt zich in stijgende aantallen dode en stervende zeehonden op het strand: 47, het hoogste aantal ooit geregistreerd. SeaLife verzorgde 11 Grijze en 15 Gewone zeehonden.

Gewone zeehond in de haven van Nieuwpoort © Luc David

In 2019 werden twee Lederschildpadden en enkele maanvissen waargenomen. Hun aanwezigheid was mogelijk gerelateerd aan een ongewone influx van Atlantisch water. Van een gestrande maanvis wordt nog onderzocht welke soort het betrof.

Zeezoogdieren tentoongesteld

Zeezoogdieren zijn erg populair: in 2019 werden enkele tijdelijke of permanente tentoonstellingen geopend, en het skelet van een Potvis die in 1989 aanspoelde, werd opgegraven met tot doel het te prepareren en tentoon te stellen.

Na een dag graven worden de contouren van Potvis Valentijn zichtbaar (Koksijde, 13 mei 2019) © KBIN/Jan Haelters

Het rapport bevat tot slot ook nog kaderstukjes over onderwatergeluid en bruinvissen, de internationale dimensie van zeezoogdierenonderzoek, enkele gekende zeehonden in Nieuwpoort, en extreme schommelingen in het gewicht van zeehonden.

 

Voor informatie over recente waarnemingen van zeezoogdieren in België en instructies over wat te doen bij strandingen kan je terecht op de website marinemammals.be. Zowel het nieuwe rapport als de oudere jaarrapporten, kunnen hier worden geraadpleegd.

Publieke consultatie ‘Zeeboerderij Westdiep’

De firma Codevco V BV heeft een aanvraag ingediend voor de machtiging en vergunning voor de bouw en de exploitatie van een zeeboerderij in het Belgische deel van de Noordzee, en heeft een machtiging aangevraagd voor het uitvoeren van geotechnisch en geofysisch grondonderzoek tijdens de voorbereidende fase. Deze aanvraag is onderworpen aan een milieueffectenbeoordelingsprocedure.

Het aanvraagdossier, de niet-technische samenvatting, het milieueffectenrapport en het ontwerp van de Passende Beoordeling kunnen geraadpleegd worden van 9 mei tot 7 juni 2020 in de kantoren van de BMM te Brussel (Vautierstraat 29, 1000 Brussel; mdevolder@naturalsciences.be; tel. 02/627 43 52) of te Oostende (3de en 23ste Linieregimentsplein, 8400 Oostende; jhaelters@naturalsciences.be; tel. 059/24 20 55), dit enkel op afspraak en tijdens de kantooruren tussen 9:00h en 17:00h, en afhankelijk van de heersende maatregelen opgelegd door de overheid m.b.t. Covid-19. Het dossier kan ook ingezien worden in iedere kustgemeente op werkdagen. Een lijst van de consultatieplaatsen en de bijhorende contactgegevens is hier beschikbaar: Kustgemeenten_2020.

Het dossier is eveneens elektronisch beschikbaar:

Iedere belanghebbende kan zijn standpunten, opmerkingen en bezwaren tot en met 22 juni 2020 overmaken aan mevrouw Brigitte Lauwaert, per post of via e-mail:

BMM T.a.v. Mevr. Brigitte Lauwaert 

Vautierstraat 29, 1000 Brussel

blauwaert@naturalsciences.be

 

Update augustus 2020:

Inmiddels is ook een visserijrapport beschikbaar: Visserijrapport_Zeeboerderij Westdiep