Dit voorjaar publiceerde het ICES Journal of Marine Science een overzichtsstudie, onder leiding van Steven Degraer van het Instituut voor Natuurwetenschappen, over het toepassen van Natuurinclusief Ontwerp om de ecologische waarde van infrastructuur op zee te vergroten. Hoewel dergelijke innovatieve oplossingen doorgaans positief worden ontvangen, benadrukt het artikel dat er behoefte is aan concretere doelstellingen en monitoringscriteria, zodat projecten hun beloften ook daadwerkelijk kunnen waarmaken.

Natuurinclusief Ontwerp (Nature-inclusive Design – NID) verwijst doorgaans naar het integreren van ecologische kenmerken of het creëren van extra leefgebied rond mariene infrastructuur. In het overzichtsartikel “Rethinking the responsible application of nature-inclusive design in marine infrastructure to restore ecosystems and enhance biodiversity” wijzen de auteurs erop dat de term momenteel onvoldoende specifiek is en een breed scala aan strategieën en benaderingen omvat. Zij stellen een raamwerk voor dat de overkoepelende term ‘natuurinclusief ontwerp’ onderverdeelt in drie categorieën: herstellend NID, creatief NID via geoptimaliseerde infrastructuur, en creatief NID via toegevoegde structuren.
“Wij stellen voor om een onderscheid te maken tussen NID die bijdraagt aan het herstel van verloren gegane ecologische waarden (oftewel herstellende NID) en NID die ecologische waarden bevordert of versterkt tot voorbij wat de lokale omgeving van nature kan bieden (oftewel creatieve NID),” aldus Steven Degraer.
Een van de kernpunten in het artikel is dat ‘creatieve’ NID zich op een dunne grenslijn bevindt tussen optimalisatie en vervanging. Waar NID via geoptimaliseerde infrastructuur beperkt blijft tot het bouwwerk zelf (denk bijvoorbeeld aan de funderingspaal van een windturbine), gaat NID via toevoegingen verder: er worden extra leefgebieden gecreëerd in de directe omgeving van de constructie. Een voorbeeld dat in het artikel wordt aangehaald, is de aanleg van kunstmatige riffen tussen turbines in een Nederlands windpark. In dit geval was het doel van de kunstmatige habitat niet om de oorspronkelijke situatie van vóór de komst van het windpark na te bootsen, maar juist om het natuurlijke leefgebied te vervangen door een omgeving die de soortenrijkdom vergroot.

De overzichtsstudie waarschuwt dat een toename in het aantal aanwezige soorten niet per definitie ecologische waarde toevoegt aan een locatie, noch een graadmeter is voor de algehele gezondheid van het ecosysteem ter plaatse. De focus zou daarom moeten verschuiven van structurele indicatoren voor biodiversiteit (zoals soortenrijkdom, dichtheid of biomassa) naar het bevorderen van ecologische functies. Denk aan schuilgelegenheid, kraamkamers, paaiplaatsen of nutriëntenkringlopen. De auteurs benadrukken dat dergelijke initiatieven vragen om helder geformuleerde doelen en een continue evaluatie, bij voorkeur volgens de SMART-principes (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden). Zonder duidelijke doelstellingen en bewijs van ecologische meerwaarde kan NID erin falen het gewenste positieve resultaat te bereiken.
“Door ons begrip van mariene ecosystemen te verdiepen en deze kennis toe te passen in het ontwerp van infrastructuur, kan NID ons helpen harmonieuzer met de natuur samen te leven, wat zowel de biodiversiteit als de menselijke behoeften ten goede komt,” voegt Steven toe.
Al met al beschouwt de studie NID als een veelbelovende aanpak, maar wordt er gewezen op de noodzaak voor voorzichtigheid. NID biedt kansen om verloren gegane ecologische waarden te herstellen en mogelijke negatieve effecten van mariene infrastructuur te compenseren. Tegelijkertijd is het essentieel om te waarborgen dat de ecologische voordelen substantieel, goed onderbouwd en duurzaam zijn.
Header image: ©Louisiana Sea Grant College Program, Louisiana State University (CC 2.0).

