Meer dan vier jaar na het begin van de Russische invasie in Oekraïne toont een nieuwe studie van het Instituut voor Natuurwetenschappen een duidelijke stijging aan van overtredingen van internationale scheepsemissieregels door de Russische schaduwvloot in de Belgische Noordzee. De studie wijst erop dat schaduwvlootschepen steeds vaker niet-conforme brandstof gebruiken. Dat leidt tot hogere uitstoot van zwaveldioxide (SO₂).

De Noordzee is aangeduid als een emissiecontrolegebied (‘Emission Control Area’ of ECA) onder de regelgeving van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Binnen deze gebieden gelden strikte limieten voor de uitstoot van zwavel- en stikstofoxiden. Dat moet de luchtkwaliteit verbeteren en mariene ecosystemen beschermen.
Naleving kan worden bereikt door gebruik te maken van brandstof met een zwavelgehalte van maximaal 0,1%. In België wordt niet-naleving onder andere vastgesteld via luchtkwaliteitsmetingen aan boord van het Belgische kustwachtvliegtuig beheerd door het Instituut voor Natuurwetenschappen.
Toename overtredingsgraad
De nieuwe studie combineert tien jaar (2015–2025) aan luchtmetingen van scheepsemissies met scheepsdata afkomstig van het Automatic Identification System (AIS) en internationale sanctiedatabanken. De term “schaduwvloot” heeft geen eenduidige definitie binnen de maritieme handhavingscontext. Daarom onderscheidt deze studie twee categorieën van “Rusland-gerelateerde” schepen: (1) formeel gesanctioneerde schepen en (2) schepen die niet onder sancties vallen, maar handel drijven met Russische havens of onder Russische vlag varen.
De resultaten tonen een opmerkelijke toename van de niet-naleving aan bij deze Rusland-gerelateerde schepen na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022. Vóór 2022 volgden deze schepen de algemene dalende trend in niet-naleving zoals waargenomen bij de rest van de internationale koopvaardij schepen. Na 2022 steeg echter hun niet-naleving tot 14,8%. Bij de referentievloot daalde dit cijfer verder naar 0,7%.

Hoewel Rusland-gerelateerde schepen slechts ca. 5% van alle gemonitorde schepen vertegenwoordigden, waren zij in 2025 verantwoordelijk voor bijna 30% van alle vastgestelde overtredingen.

In kaart brengen van de schaduwvloot
Om de aanwezigheid van schaduwvlootvaartuigen in Belgische wateren beter in kaart te brengen, ontwikkelde het Instituut voor Natuurwetenschappen een geautomatiseerd geofence systeem dat AIS-data combineert met externe databanken. Tijdens de studieperiode identificeerde het systeem gemiddeld bijna vier gesanctioneerde schepen per dag. Daarnaast voeren er dagelijks meer dan vier niet-gesanctioneerde schepen door Belgische wateren die handel drijven met Rusland.
De gesanctioneerde schepen die in deze studie werden waargenomen, waren over het algemeen oude schepen, met een gemiddelde leeftijd van meer dan twintig jaar. Dergelijke verouderende schepen vormen een verhoogd risico op technische defecten en milieu-incidenten. Veel van deze schepen opereren bovendien zonder verzekering of zelfs onder valse vlagregistratie, wat bijkomende bezorgdheid oproept over aansprakelijkheid in geval van incidenten op zee. Hun voortdurende aanwezigheid in het Belgische deel van de Noordzee onderstreept het belang van reguliere monitoring en waakzaamheid.
De hogere gemiddelde leeftijd en het gebruik van niet-conforme brandstoffen van Rusland-gerelateerde schepen verklaren wellicht ook een andere bevinding van de studie: naast de hogere niet-naleving voor zwavelemissies, lag ook de uitstoot van zwarte koolstof (black carbon) significant hoger dan bij de referentievloot. Deze uitstoot heeft bijzonder negatieve impact op het klimaat en volksgezondheid.

Uitdaging voor handhaving
Deze bevindingen tonen een belangrijke uitdaging voor de handhaving. Veel schaduwvlootschepen varen door Europese wateren zonder een Europese haven aan te doen. Daardoor ontsnappen ze grotendeels aan de klassieke havenstaatcontrole. Luchttoezicht, gecombineerd met AIS-informatie, kan hier een belangrijke aanvulling bieden en gerichte handhavingsacties ondersteunen.
Recente acties van de Belgische autoriteiten en andere Europese lidstaten illustreren dit. Een voorbeeld is de inbeslagname van de MS Ethera begin 2026. Dit soort maatregelen kan een belangrijk ontradend effect hebben, en zo helpen om de milieurisico’s van de schaduwvloot in de Noordzee te beperken.
Het Instituut voor Natuurwetenschappen blijft zich inzetten voor onafhankelijke wetenschappelijke expertise over het mariene milieu. Het instituut is al meer dan tien jaar pionier op het gebied van luchtmonitoring van scheepsemissies, en zal deze monitoring voortzetten ter bescherming van het mariene milieu in de Noordzee.
Referentie van de studie (voorpublicatie, ingediend voor peer review)
Van Roy, Ward; Merveille, Jean Baptiste; Scheldeman, Kobe; Van Nieuwenhove, Annelore; D’hamers, Maan; Schallier, Ronny, Airborne Monitoring of Shadow Fleet Emissions in the North Sea ECA. Beschikbaar via: http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.6956831
